Jan Van de Casteele 23-06-2008
|
'Opiniepeilingen spreken mekaar behoorlijk tegen, maar over twee zaken lijken ze het eens: Vlaanderen radicaliseert en Wallonië klampt zich vast aan België.
Vlaming verliest geloof in België', kopte De Standaard twee weken geleden. Het was de wat kunstmatig aandoende titel bij de publicatie van het onderzoek van Marc Swyngedouw, waaruit ook bleek dat slechts één op tien Vlamingen separatisme wil. Zijn kritiek op de poll-concurrenten is niet overtuigend. Ondertussen blijkt dat een gelijkaardig Waals onderzoek resulteert in ‘een spiegelbeeld’ van dat van de KU Leuven.
Uit het postelectoraal onderzoek van de KU Leuven (ISPO) bleek dat de Vlaming voor het eerst Vlaanderen boven België verkiest als gewenst beslissingsniveau.
Aan de overkant van de taalgrens werd tussen 10 oktober 2007 en 15 januari 2008 een gelijkaardig onderzoek uitgevoerd. Tijdens die periode van zware communautaire spanningen hielden onderzoekers van de UCL uitgebreide interviews met 717 Waalse kiezers.
Slechts 13 procent van de Walen verkiest Wallonië boven België als het gewenste beslissingsniveau. In 1991 was dat nog meer dan 30 procent. Niet minder dan 44 procent wil een herstel van het unitaire België. Vier jaar geleden was dat maar 31 procent.
Commentaar (JVdC)
De Waalse resultaten zijn een spiegelbeeld van de Vlaamse. Een zoveelste bewijs dat “de kloof” tussen Vlamingen en Walen ook inzake toekomstverwachtingen wel heel erg diep wordt.
De publicatie van de peiling van Stouthuysen mag dan al ‘wetenschappelijk’ heten, een aantal essentiële gegevens vragen enige relativering. Tenzij Stouthuysen onfeilbaar zou zijn.
1. Het tijdstip
De peiling van Stouthuysen werd uitgevoerd tussen 28 september 2007 en 15 januari 2008 ( 1.084 Vlaamse kiezers bij hen thuis ondervraagd over hun politieke voorkeur). Die turbulente periode zonder regering is toch al enige tijd geleden. Dat vragen en antwoorden behoorlijk schommelen naargelang het tijdstip van de bevraging is duidelijk. Zelfs de ISPO-techniek van huisbevragingen leidt tot een jojo-resultaat (percentage voorstanders van onafhankelijk Vlaanderen schommelt van 10,4% in 1994 naar 5,8% in 1999 en weer naar 9% in 2004).
2. De vraagstelling
Dat peilingen onderling fors afwijkende resultaten opleveren hoeft niet meer aangetoond. Het Laatste Nieuws landde op de helft separatisten (49,7%). Dat bleek ook uit een grafiek die De Standaard publiceerde over peilingen sinds 1981 met de separatisme-vraag. ‘Niet-wetenschappelijke peilingen maken het verschil groter’, schreef de krant, hiermee in eigen voet schietend. Klopt immers maar ten dele: peilingen van Le Soir, La Libre, maar ook van De Standaard/VRT kwamen ook uit op een separatisme-score van om en bij de 10%, maar andere veel hoger. De verschillen hebben – naast het tijdstip - ten dele ook te maken met de precieze formulering van de vraag en de context.
3. De methodiek: thuisondervragingen?
Deze methode is arbeidsintensief en erg duur. Of de weigeraars en eventuele ‘wegingen’ het resultaat niet maskeren is niet zo duidelijk.
Dat Swyngedouw kritiek heeft op snelle telefonische peilingen is niet ten onrechte, maar dat eenvoudige vragen met een ‘ongenuanceerd ja of neen’ geen betekenis zouden hebben is flauwekul. De hele politiek draait nu eenmaal op bij verkiezingen uitgebrachte stemmen waar de kiezer niet anders kan dan ‘ongenuanceerd’ één partij aan te duiden.
4. De gekke conclusie
Dat Swyngedouw (DS, 14 juni) insinueert dat ‘bij een referendum wellicht zou blijken dat overtuigde belgicisten en dito Vlaamsgezinden elk ongeveer twintig procent van de bevolking uitmaken’, is een conclusie met de natte vinger. De belgicistische beweging is vooral een francofone beweging, de politieke invloed van belgicisten onbestaande (spijts de B-Plus-bekering van ex-premiers en wat politici met pensioen)
5. Peiling versus verkiezingen
Tot slot is het belangrijkste argument om de polls te relativeren (we zeggen niet dat ze onzinnig zijn) dat politiek beleid nu eenmaal gebeurt via parlementen waar verkozenen van partijen de wetten maken. Dat het Vlaamse politieke landschap zo Vlaams kleurt (met confederalistische en nationalistische meerderheid) zal hij misschien niet graag vaststellen. Het is de onmiskenbare werkelijkheid dat partijen van een Vlaams profiel geen schrik hoeven te hebben.
Terug naar de artikelenlijst.