Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Dossiers Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

‘Samenwerking’ de enige optie voor Brussel?

Tijl Rommelaere 23-06-2008

In Brussel deze Week (19 juni 2008, zie bijlage) kant historica Els Witte (ex-rector VUB) zich tegen een splitsing van het land. Een Brussels DC vindt ze weinig levensvatbaar. Ze neemt afstand van de ‘confederale’ resoluties van het Vlaams Parlement en pleit voor ‘coöperatief federalisme’ met Brussel als derde gewest. Net iets te veel gevraagd voor een stadsgewest dat ‘grenzen’ wil verleggen.

Witte waarschuwt voor de splitsing van het land, de nefaste gevolgen voor de Europese Unie (EU) en de positie van België erbinnen. België toont dan, als stichtend lid, dat het onmogelijk is om in één staatsverband samen te leven met verschillende talen en culturen. Voor Brussel biedt secessie, wat in haar ogen gelijk staat met een annexatie, geen soelaas. Een grootschalige enquête toonde aan dat de Brusselaars niet deel willen uitmaken van Vlaanderen en tevens koele minnaars zijn van Wallonië. Brusselaars identificeren zich het liefst met hun eigen stad, België en Europa. De Franstalige gemeenschap bengelt slechts aan het staartje.

Het idee van Brussel als een Europees district is in de ogen van de historica weinig levensvatbaar. De EU staat er niet voor te springen en de Brusselaars zullen geen genoegen nemen met een ondergeschikte positie onder de EU.

Els Witte acht de mogelijkheid voor ingrijpende uitbreiding van het Brussels territorium weinig waarschijnlijk, aangezien zowel Vlaanderen als Wallonië in het verleden de grenzen sterk hebben verdedigd. Ze wijst erop dat een uitbreiding van Brussel met de zes faciliteitengemeenten voor de Vlamingen zal neerkomen op een nieuwe fase van ‘taalkolonisatie’. Ze stelt zich tevens de pertinente vraag of de inwoners zelf wel opteren voor een aansluiting bij Brussel? Een enquête uit 2001 wees uit dat de meerderheid van de inwoners uit de faciliteitengemeenten koos voor het huidige status-quo.

De in 1999 goedgekeurde resoluties van het Vlaams parlement verwijst ze eveneens naar het rijk der dromen. Deze gaan uit van een confederaal model met verregaande autonomie voor de twee deelstaten en beperkte autonomie voor het Duitstalig gebied en Brussel. De twee grote deelstaten participeren evenredig in de hoofdstad voor die domeinen die de stedelijke belangen overschrijden. Ook dat is volgens de historica ondenkbaar omdat, vooral de Franstalige Brusselaars de eigen autonomie niet willen inruilen voor een ondergeschikte rol.

Niet splitsen is de oplossing met een grondige samenwerking tussen de deelgebieden alwaar Brussel op voet van gelijkheid staat met de overige gewesten. Witte formuleert zo een pleidooi voor de realisatie van het coöperatief federalisme. Zodoende kan Brussel zich aansluiten bij het economische achterland om de internationale rol te vervullen en een grotere groeikern in Europa te worden. Daarvan zal ook Vlaanderen en Wallonië een graantje meepikken. Om dit te realiseren moeten de twee grote deelstaten alsook de EU meer betrokken worden bij de uitbouw van de internationale en Europese rol van Brussel.
Herziening van het status quo

Commentaar (TR):

Brussel is een moeilijk te ontwarren knoop en een handig chantagemiddel. Wie pleit voor onafhankelijkheid krijgt steeds de vraag, het is al een cliché, ‘en wat met Brussel’ voorgeschoteld.
Witte formuleert haar oplossing in het licht van een huidig status-quo, maar met twee ingrijpende hervormingen: Brussel op voet van gelijkheid van de overige gewesten en een betere samenwerking.
Het probleem is niet 'een betere samenwerking', maar wel 'vanuit welke positie’ die samenwerking tot stand komt: een Brussels gewest dat op gelijke voet staat van de overige gewesten neemt afstand van de hoofdstedelijke opdracht. Wie die in vraag stelt, moet beseffen daarmee de logica van de staatshervormingen op de helling te zetten.

Vlaanderen was nooit een voorstander van een derde gewest en aanvaardde een compromis in de tweetaligheid en de hoofdstedelijke functie van het Brussels gewest.
Voor de realisering van die hoofdstedelijke functie ontvangt Brussel trouwens een behoorlijk pak federale middelen. Als unieke ontmoetingsplaats tussen de twee grote gemeenschappen van het land wordt verwacht dat Brussel zich ontplooit als een bindmiddel. Maar de realiteit leert ons anders. De toepassing van de taalwet is een oud zeer en de Brusselse excellenties staan vaak in de voorlinie tegen de grootste gemeenschap in dit land. Wie pleit voor een herziening van de positie van Brussel, pleit voor een volledige hervorming van de staat en een herziening van het status quo. 

Bijlage









Terug naar de artikelenlijst.