Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Dossiers Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

Académie Française furieus na erkenning regionale talen

Wim Defoort 23-06-2008

Jarenlang werden regionale talen in Frankrijk gezien als taboe. Zij vormden een bedreiging voor de nationale eenheid en moesten worden onderdrukt. Kinderen op de speelplaats werden gestraft omdat ze Bretoens spraken. In het zuiden gebeurde hetzelfde met het Occitaans (de ‘Langue d’ oc’), in het Oosten met het Elzassisch. Nu dreigt er echter een nieuwe taalstrijd uit te breken.
Het Franse parlement heeft volgens The Guardian ‘een historische stap genomen om minderheidstalen te erkennen in de grondwet’. L’Académie Française, voorvechter van het Franse taalpurisme, reageerde furieus tegen wat ze noemt ‘een aanval op de Franse nationale identiteit’.

Militante voorstanders van het lokale taalgebruik bestempelden de Académie dan weer ‘als een potsierlijk overblijfsel van gedateerd nationalisme’.

De rel benadrukt eens te meer hoezeer Frankrijk verschilt van andere Europese landen in de verdediging van lokale talen. In tegenstelling tot landen als het Verenigd Koninkrijk, dat stappen heeft ondernomen ter bescherming van regionale talen zoals het Welsh en het Schotse Gaelic, is Frankrijk een van de weinige landen in Europa die weigert het Europese Charter voor Regionale en Minderheidstalen te ratificeren.

75 talen

Op die manier zouden individuele taalgroepen wettelijk statuut krijgen in Frankrijk. Het land boogt op 75 regionale talen, daarin begrepen talen die worden gesproken in verre uithoeken waarvan de ligging varieert van de Indische Oceaan tot Zuid-Amerika. Regionale talen als het Elzassisch, het Occitaans, het Corsicaans, het Bretoens, het Baskisch en zelfs kleinere talen als het Béarnaise en het Picardisch hebben elk hun eigen lobbygroepen met een steeds breder wordende basis. Ouders voerden campagne om regionale taalscholen op te zetten naast het staatssysteem. De Franse staat zelf is begonnen met hier en daar tweetalige klassen aan te bieden.

De minderheidstaalgroepen hebben echter nog altijd geen legale status en Unesco acht hen met uitsterven bedreigd. Voor 1930 spraken één op vier Fransen een regionale taal met hun ouders. Deze cijfers zijn sindsdien naar een dieptepunt gezakt. Vorige maand doorbrak het parlement het taboe door er een debat over te organiseren. Uiteindelijk is het akkoord gegaan met een regel in de grondwet die de lokale talen als deel van het Franse patrimonium erkent. “Door te praten of te zingen in het Bretoens, Elzassisch of het Occitaans wordt je toch niet minder patriot”, klinkt het uit de mond van een Bretoens parlementslid. Alle partijen waren unaniem.

l’Académie Française waarschuwt dat regionale talen in de grondwet schrijven gelijk staat met het uithollen van Franse identiteit.

Dàvid Grosclaude, president van de l’Institut d’Estudis Occitans schreef een open brief aan de Académie die hij ‘vol bitterheid, wrok en angst’ noemt en te kortzichtig om het veelzijdige Franse staatsburgerschap te onderkennen.

Philippe Jacq, directeur van l’Office de la Langue Bretonne ziet de grondwetswijziging slechts als een kleine stap. Volgens hem moet Frankrijk wettelijke erkenning voorzien en bovendien het Europese Charter ondertekenen. Hij luidt als volgt: ‘Het enige wat wij vragen is het recht om onze taal in het openbaar kunnen spreken, dat we bediend worden in onze taal en dat ouders het recht hebben om hun kinderen les te laten krijgen in de taal van hun keuze’.

Enkele cijfers

Elzassisch: Duits Dialect gesproken in Elzas en Lotharingen (maakte bij tijden deel uit van de Duitse staat) door 500,000 in 1999; slechts 15 % geeft het door aan zijn kinderen, maar 160.000 leerlingen leren het op school.

Occitaans of Langue d’ oc: 780.000 sprekers in Zuid-Europa in 1999, de helft daarvan in Aquitaine en de Midi-Pyrénées.

Corsicaans: Gesproken door 90.000 op het eiland en aangeleerd door 90% van de leerlingen.

Bretoens of Brezhoneg: Celtische taal gesproken door één miljoen in Brittannië aan het begin van de twintigste eeuw; komt nu neer op 270.000, twee derde daarvan ouder dan zestig jaar.

(Bron: The Guardian, dinsdag 17 juni 2008)


Terug naar de artikelenlijst.