Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Dossiers Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

Opinieonderzoek VDC: De mening van de Vlamingen

28-06-2005 / Jan Van de Casteele


(voor het artikel met tabellen verwijzen we naar de pdf-bijlage hieronder)

Geen oriëntatie zonder informatie

Op vraag van het Vlaams Dienstencentrum (VDC) werd in de late lente (april, mei) andermaal een opinieonderzoek uitgevoerd door studenten van Hogeschool West-Vlaanderen (*). Het is gebaseerd op een interview van 815 mensen in alle Vlaamse provincies. De resultaten van het onderzoek werden vergeleken met die van vorig jaar, enkele nieuwe vragen werden toegevoegd. In dit nummer van Doorbraak geven we een bondig overzicht van de opvallendste resultaten. We beperken ons hier tot algemene lijnen. De volledige studie is beschikbaar via de verwijzing hieronder.

Mensen liggen niet wakker van communautaire dossiers of staatshervorming, zo luidt de vaak gehoorde stelling. Het is maar hoe je het bekijkt. Ons onderzoek toont aan dat hier in elk geval een en ander “beweegt”.

Meer dan de helft van de Vlamingen (52,3%) vindt dat Vlaanderen meer bevoegdheden moet krijgen. Slechts 12,9% is het met die stelling niet eens.

De Vlaams-nationalisten die de onafhankelijkheid van Vlaanderen de beste oplossing vinden, hebben nog werk voor de boeg. Dat bleek ook vorig jaar. Voor 49,4% van de Vlamingen hoeft Vlaanderen nog niét meteen onafhankelijk te worden, terwijl 19,9% het met die stelling wel eens is (23,7% neutraal en 7% geen mening).

Een (krimpende) meerderheid van Vlamingen meent dat Vlaanderen niet voortkan zonder Brussel (32,6% versus 31%), maar een duidelijke meerderheid geeft aan dat Vlaanderen zonder Wallonië wel best verder kan (44,4% versus 25%). Ook dat is een duidelijk signaal.

Bijzonder groot is het aantal tegenstanders van (behoud van) de financiële transfers naar Wallonië, terwijl de minderheid die vindt dat ze wel moeten blijven daalt. Ook dit resultaat geldt voor alle leeftijdsgroepen, opleidingsniveaus en alle provincies. Het aantal voorstanders van een splitsing van de sociale zekerheid ligt iets lager dan vorig jaar.

Net zoals vorig jaar toonden zich ook nu weer veel meer Vlamingen (49,6% - 49,8% in 2004) voorstander van Brussel als hoofdstad van Vlaanderen. Maar één op vijf is tegen (19%).

De meerderheid van de Vlamingen (34,4%) die zich over die vraag uitspreken is tégen de uitbreiding van Brussel in Vlaams-Brabant, maar dat aantal daalt licht tegenover vorig jaar (38,2%). Een vijfde is hier voorstander van (22,3% tgo 21,2% in 2004).

De kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde moet voor 43,7% van de Vlamingen worden gesplitst (10,4% tegen). In Vlaams-Brabant zijn er 47,8% voorstanders, in Antwerpen zelfs 51,8%. Limburgers (35,6%) en West-Vlamingen (38,8%) liggen duidelijk minder wakker van dit probleem.

In geval van splitsing van de kieskring mag Vlaanderen volgens 37,1% van de ondervraagden geen toegevingen. Voor 17,5% kan dat wel. De voorstanders van het behoud van de taalfaciliteiten voor Franstaligen in de Vlaamse gemeenten rond Brussel (38,7%) zijn talrijker dan de tegenstanders (28,1%).

Niet iedereen zal blij zijn met deze cijfers, maar ze wijken nauwelijks af van onze gegevens van vorig jaar. Ze kunnen een element zijn in het politieke debat, ook in het debat onder Vlaams-nationalisten.

Europa

Enigszins verrassend zijn ook de enkele gegevens ivm Europa, al dient hier wel gezegd dat het onderzoek viel voor de referenda in Frankrijk en Nederland. Een referendum overigens waar driemaal meer Vlamingen voorstander van zijn dan tegenstander.

Europa mag voor 58% van de ondervraagden meer bevoegdheden krijgen (11,7% niet akkoord, 25,2% neutraal, 5,2% geen mening). Vorig jaar lagen die cijfers duidelijk minder gunstig voor Europa (resp. 42,5% akkoord, 17,5% niet akkoord, 33,2% neutraal en 6,8% geen mening.

Turkije mag voor 38,4% lid worden van de EU, al zijn 33,5% van de Vlamingen tegen (22% neutraal, 6,1% geen mening). Vorig jaar vond nog een meerderheid (42,7%) dat Turkije niét bij de Europese Unie hoort (29,1% wel, 21,2% neutraal, 7% geen mening).

De bevraging toont duidelijk aan dat een grote meerderheid van de Vlamingen (45,5%) voorstander is van een referendum over de Europese grondwet (amper 15,6% tegen, 27,6% neutraal, en 11,3% geen mening).

Vermoedelijk zijn dit kleine indicaties die aangeven dat Vlamingen zich behoorlijk soepel opstellen tegenover Europa. Dat Europa-gevoelen krimpt naarmate de leeftijd van de respondenten toeneemt en de scholingsgraad geringer is.

Prioriteiten

VDC peilde voor het eerst ook naar de mening van de Vlamingen over de prioriteit van overheidsinvesteringen. Er werden dertien onderwerpen voorgelegd. Topprioriteit is de werkgelegenheid, waaraan de overheid volgens 87,7% van de Vlamingen meer geld moet besteden (9,8% antwoordde neutraal, slechts 1,8% was het daar niet mee eens, terwijl 0,6% geen mening had. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de prioriteiten van de Vlamingen terzake

Informatie

Dergelijk opinie-onderzoek moet kritisch benaderd worden. Maar het geeft wel interessante informatie over belangrijke aspecten van het politieke debat over Vlaamse staatsvorming.

Als zo’n onderzoek leert dat de helft van de mensen tegen Vlaamse onafhankelijkheid zijn omdat Vlaanderen daarvoor te klein zou zijn (onderzoek 2004), dan weten rationeel denkende Vlaamsgezinden dat goed moet worden uitgelegd dat Vlaanderen meer inwoners heeft dan de helft van alle staten in de wereld en dan een pak Europese landen, van Luxemburg tot Ierland, van Slovenië tot Estland...

Als bij zo’n onderzoek blijkt dat mensen het bedrag van de jaarlijkse geldtransfers naar Wallonië situeren tussen 1 miljoen euro en 400 miljard euro, dan bewijst dit dat de mensen hierover beter kunnen worden geïnformeerd. Het meest gegeven antwoord (modus) ligt op 100 miljoen euro tot 1 miljard euro voor wie in euro antwoordde, en op 3 miljard frank voor wie in frank antwoordde. Toch een eind onder de 6,2 miljard euro (ca 250 miljard frank) die de Vlaamse overheid in 2004 becijferde.

Ook het inzicht in de regionale verschillen inzake werkloosheid – Vlamingen overschatten hun eigen werkloosheidscijfers en onderschatten die van Brussel en Wallonië – illustreert dat de twijfelachtige federale economische indicatoren steevast de grote regionale verschillen verdoezelen. Typisch Belgisch, is dit. En derhalve geen correct beeld geven van de regionale benadering

Geen juiste oriëntatie zonder juiste informatie. Het kan een tip zijn voor Vlaamse politici en voor het Vlaamse middenveld.

Vlaming en Waal

Als we de onbeslisten buiten beschouwing laten voelen de meeste mensen zich eerder Vlaming (alleen Vlaming 10,4%, en meer Vlaming 35%) dan Belg (alleen Belg 8,5%, meer Belg 15,8%). Het Vlaamse identiteitsgevoelen ligt hoger bij de mannen dan bij de vrouwen, het neemt toe met het ouder worden, en is iets minder uitgesproken naarmate het opleidingsniveau toeneemt.

Wat symboliek betreft valt het op dat 44,8% (vorig jaar 46,2%) van de Vlamingen de aanwezigheid van leeuwenvlaggen op (sport)manifestaties best sympathiek vindt. Amper 21% (vorig jaar 17,1%) is het daar niet mee eens (26,3% 29,5% neutraal, 8% 7,2% geen mening). Een meerderheid van de Vlamingen (54,6%) zegt geen belangstelling te hebben voor de Waalse politiek. Amper 12% heeft die interesse wel (25% neutraal, 8,3% geen mening). Een logische verklaring voor het feit dat Vlamingen er ook nauwelijks in slagen namen van Waalse politici te noemen.

De sympathie voor het koningshuis is middelmatig. Vorig jaar bleek al dat 28% heeft sympathie voor Laken, 27,7% geen sympathie, en een 39,7% “neutraal” antwoordde (4,6% had toen geen mening). Dit jaar antwoordde 38,4% dat België een koning nodig heeft (29,7% niet akkoord, 28% neutraal, 3,9% geen mening). Het ja-antwoord is dubbel zo talrijk bij de oudere generaties en zakt ook naarmate het opleidingsniveau stijgt.

(*) De VDC-enquête werd uitgevoerd door de tweedejaarsstudenten bedrijfsmanagement (marketing) van de Hogeschool West-Vlaanderen in Brugge onder de leiding van lector Luc Lefebvre. Het kan worden omschreven als een schaduwonderzoek, naast de bestaande opiniepeilingen. Om de Vlaamse bevolking te bereiken ondervroegen 23 studenten aselect op acht plaatsen verspreid over alle Vlaamse provincies 815 personen. De respondenten werden willekeurig en anoniem op straat en op de trein ondervraagd in enquêtes van minimaal 10 minuten. In dit soort onderzoek is de spontaneïteit in de antwoorden belangrijk. De enquête werd uitgevoerd tussen 26 april en 4 mei.

Cordon beperkt waarde van peilingen naar stemgedrag

Geliefd en ongeliefd in Vlaanderen

Het opinieonderzoek van het Vlaams Dienstencentrum probeert in alle bescheidenheid ook een beetje de politieke temperatuur op te meten en zocht naar indicaties in verband met populariteit van politici (a), naar verwachte verschuivingen tussen partijen (b) en naar kiesintenties (c).

Onder meer VRT en De Standaard peilen geregeld naar de populariteit van de Vlaamse politici. Een groot bezwaar tegen die bevraging is dat de mensen moeten kiezen uit een beperkte lijst, waar nogal wat namen niet op voorkomen.

Ook de Stemmenkampioen van Het Laatste Nieuws geeft op geregelde tijdstippen een hitparade van de politieke populariteit. De methode die daar wordt gebruikt, is nog zwakker. Het aantal deelnemers is er ruimer (vb: 11 mei 4516), maar het gaat vooral om lezers van Het Laatste Nieuws, een krant met een bepaalde kleur. Ze verloopt bovendien via het internet, wat manipulatie door drukkingsgroepen makkelijk mogelijk maakt.

De waarde van de resultaten van zo’n peiling is dus vergelijkbaar met die van de polls die zo rijkelijk aanwezig zijn op internetsites van VRT, VTM en allerlei kranten en politieke partijen.

In de Doorbraak-bevraging vroegen we in alle Vlaamse provincies een dikke 800 Vlamingen welke politicus ze het meest en voor welke het minst sympathie koesteren. Dit resulteerde in onderstaande tabel (we beperken ons tot politici die ten minste bij 1% van de respondenten in een van beide vragen werden genoteerd). De linkerkolom is een indicatie, de saldokolom evenzeer.

Enkele voorzichtige conclusies op basis van de saldo-tabel.

Yves Leterme (partijvoorzitter tot hij in 2004 minister-president werd) scoort in de saldokolom het hoogst en vervangt er op de eerste plaats voormalig boegbeeld Jean-Luc Dehaene die – veel minder in beeld dan in de aanloop van de verkiezingen van 2004 - terugzakt naar de zevende plaats. Andere CD&V’ers (Vervotte, Vandeurzen, De Crem) komen niet in beeld. Pieter De Crem scoort zelfs negatief.

Guy Verhofstadt is de populairste politicus, maar roept na Dewinter en Anciaux ook de meeste afkeer op. Dat de eerste minister het beter doet dan zijn partij is al eerder aangetoond. Geen spoor Bart Somers, Patrick Dewael en Jean-Marie Dedecker (verbazend toch voor wie vergelijkt met de Stemmenkampioen van Het Laatste Nieuws). Karel De Gucht eindigt waar hij vorig jaar al zat: in de rode zone.

Het onderzoek is afgenomen net voor Stevaert gouverneur werd, maar bevestigt wat uit het VDC-onderzoek van 2004 al bleek: de voormalige maarschalk van de sp.a werd minder populair. Stevaert stond in 2004 ook al tweede op de zwarte lijst. De socialisten hebben een brede voorlinie met Frank Vandenbroucke op vier, Freya Van den Bossche op vijf en Johan Vande Lanotte op acht. Bert Anciaux (Spirit) gaat nog dieper in het rood. Het soortelijk gewicht van Spirit blijft beperkt tot Anciaux. En het krimpt.

Filip Dewinter mag troost vinden in het feit dat hij op zes staat, hij is veruit de meest controversiële figuur. Als 31,5% van de respondenten u spontaan nomineren als de onsympathiekste politicus is, heeft dat ook een politieke betekenis.

De respondenten van de VDC-peiling konden dit jaar ook telkens een tweede naam opgeven. Die tabel bevestigt bovenstaand beeld.

Een vergelijkbare peiling naar Waalse politici blijft Louis Michel op kop (23,1% pro - 4,2% anti, saldo 14,3%), gevolgd door Didier Reynders (4,2%) en Laurette Onkelinx (1,4%) en Rudy Demotte (0,4%). André Flahaut (-9,7%) klopt Di Rupo (23,1% pro, 27,6% anti, saldo -4,5%) , Happart (-3,5%) en Isabelle Durant (-0,1%) in de andere richting.

Stemgedrag

In alle peilingen naar kiesintenties (Le Soir, VRT – De Standaard etc...) wordt het resultaat van Vlaams Belang – zelfs na herweging - altijd onderschat. Vooral de gestigmatiseerde kiezers van die partij houden zich op de vlakte. Dat was ook bij de Doorbraak-enquête duidelijk het geval.

Dat is duidelijk minder het geval bij een peiling naar de “verwachtingen” (welke partij of kartel zou meest vooruitgaan als er nu federale verkiezingen zouden zijn – tabel 2). De respondent vertolkt de politieke polsslag van zichzelf én – niet onbelangrijk (als alibi) – van zijn omgeving. Die “polsslag” zegt niets over het uiteindelijke stemmenpercentage, maar wel over de tendens. Misschien ook over de partij(en) waarbij een aanzienlijk deel van het kwart van de respondenten dat “geen antwoord” geeft uiteindelijk zou uitkomen.

In 2004 was de duidelijke (en achteraf correct gebleken) verwachting dat Vlaams Blok toen fors zou winnen, samen met het nieuwe kartel CD&V-N-VA. Die inschatting was correct.

Ook vandaag (mei – redactie) denken “de mensen” dat Vlaams Belang (35,8) en CD&V (31,3%) nog eens de grootste winnaars zouden zijn bij verkiezingen. Dit “aanvoelen” geldt overigens voor alle leeftijdscategorieën, alle opleidingsniveaus, alle beroepsgroepen (meer details in volgende Doorbraak). Misschien niet onbelangrijk voor verdere analyse.

Extra informatie

Bijlage: Artikel met tabellen (55 Kb)


Extra verwijzingen

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.