Leve wat? De nieuwe roeping van Clouseau

Ik weet niet of mijnheer Wauters, alias Clouseau, Aristoteles gelezen heeft. Ik vermoed van niet, maar de wonderen zijn de wereld niet uit. Neem nu dat hij hem ter hand zou genomen, laat staan hem zou gelezen hebben, dan was hij waarschijnlijk op de Politika gestoten. Volgens Aristoteles is elke mens een ‘on politikon’: een wezen dat wezenlijk aan staatkunde, je kan ook zeggen politiek doet. Vandaar wellicht de nieuwe roeping van Clouseau: van liedjeszanger (Leve België) tot staat-kundige. Want daar komt volgens Aristoteles politiek op neer: de kunde, bijna kunst, om een staat te bouwen.
Het is zeer de vraag of Wauters, met een in ‘lied’ verpakte loze kreet ‘Leve België’ aarde aan de dijk brengt. Hij doet me denken aan dat Hollands jongetje dat zijn handje, of was het zijn vingertje, in het hol van de dijk stopt om die dijk te redden. Wat er met dat jongetje, laat staan met de dijk, gebeurd is, wordt niet verteld. Houdt Clouseaus ‘Leve België’-gekweel stand tegen de storm die raast en huilt om staatshervorming, meestal een beleefd woord voor meer?
Het is te duchten dat ‘Leve België’ erg ruikt naar friet, zeer smaakt naar mayonaise, vals trilt op het rollen van een Belgische voetbal die het niet meer doet. Welke verdwaalde Vlaamse ziel, zelfs als ze er nog stiekem in gelooft, roept, fluistert, stamelt of hakkelt nog ‘Leve België’? Misschien als duet met Vive le Roi, maar dan liefst bij een vlootparade, maar die hebben wij niet. Misschien bij een parade van jachten, daar worden we wel goed in. Vloeken in de kerk klinkt stuitend, maar ‘Leve België’ roepen is dom.
Vals klinken is beschamend, vooral als het opwelt uit het orgaan van een zanger. Zingen is een merkwaardig ding, vooral als het de juiste toon treft. Zingen heeft in de politieke geschiedenis van volkeren en naties een enorme rol gespeeld. Ook in religie. Of een sportpaleis vibrerend van megadecibellen nog iets met zingen te maken heeft, is een vraag. Misschien eerder met techniek. Dat kan Koen van Clouseau. Het weze hem gegund. God hebbe zijn stem. Maar doe niet aan politiek, vooral als die nergens op lijkt. Schoenmaker, blijf bij uw leest. Onze oren zijn al zo belaagd: we kunnen ze niet sluiten. Ogen wel. Heer, gun ons oordoppen tegen vals geluid.
Misschien is het Aristoteles niet, maar wel de vraag ‘Kan kunst de wereld redden?’ die Clouseau aan het zingen over België heeft gezet. Die kreet was het Leitmotiv bij de grote Van Dijck-tentoonstelling van 1999 in Antwerpen. Clouseau zal gedacht hebben; als het met de wereld lukt, moet het met België ook kunnen. Wel een bekentenis: er moet dus blijkbaar iets worden gered.
Akkoord: kunst kan de wereld redden. Van woord tot muziek, van tableau tot monument. Zeer akkoord zelfs, maar dan moet het wel over kunst gaan, en niet over pseudo-pastoraal gebleir. Maar goed, elk nadeel hep zijn voordeel, zegt Cruyff. Clouseau staat op een lekkere plek bij de tophits in Wallonië.
Tot slot: Clouseau weet waarschijnlijk dat België ontstaan is op de tonen van De Stomme van Portici. Aphrodite toch ook uit het schuim van de branding. Maar Aphrodite was wel mooi. Misschien hoopt Wauters op een wedergeboorte van België uit de melodie van zijn lied. Leve wat?
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.