Peilingen en journalisten: vennoten in commercie?

Kris Deschouwer (VUB), Marc Hooghe (KU Leuven) en Stefaan Walgrave (U Antwerpen)– de publicatie van hun onderzoek is pas voorzien voor juni 2010 – peilden o.m. naar ‘het belangrijkste motief’ om een stem op een of andere partij uit te brengen. Hoera, dat blijkt ‘de crisis’ te zijn (32,9%), en niet ‘de staatshervorming’ (8,1%). Dat kranten rond dit soort peilingen een graad van kritiekloze hysterie ontwikkelen, die maar zelden in de ons bekende wereld voorkomt, is merkwaardig. Bart Brinckman (DS, 8 okt.) leert zijn lezers dat het communautaire ‘geen belangrijke drijfveer’ was. En Liesbeth Van Impe (HNBl, 8 okt.) dat ‘communautaire besognes eens te meer bijzonder laag stonden op het prioriteitenlijstje van de kiezer.’
De drie proffen zijn voortrekkers van de Paviagroep, een denktank met een hoog B-gehalte, die jaagt op een unitaire kieskring. Wakker blijven, dus. Deschouwer verduidelijkt aan Doorbraak dat de tabel in de voorlopige perstekst is gebaseerd op de keuze voor één topvermelding, dat de verwijzing naar de crisis als topthema ‘haast betekenisloos’ is, dat het gaat om een ‘snel eerste zicht op een complex verhaal’. Tja, wat hebben we dan vandaag geleerd, beste professoren? Nagenoeg geen Vlamingen vinden de thema’s mobiliteit, cultuur, immigratie en zelfs belastingen het vermelden waard. Bovendien: Het abstracte thema staatshervorming zit onderhuids verweven in de andere voorgelegde prioriteiten. Waarom die rommelige wetenschap dan publiceren? Leuk voor de scoop? Journalisten die dit kritiekloos opvoeren, vervuilen het politieke debat.
Dat geldt ook voor een ander journalistiek ‘evenement’ dat over bladzijden werd uitgesmeerd: de recentste peiling van VRT/DS. Bij het lezen overkwam ons zowaar een lachstuip.
Even recapituleren. TNS, dat peilt voor VRT en DS, prikte VB in juni 2004 op 19,8%, het werd 24,1%, de beste score ooit. Het kartel werd toen begroot op 31,4%, het werd 26,1%. Over naar 2007. De sp.a zou toen 19,4% halen, het werd 16,6%. Loser Dedecker zou sterven onder de kiesdrempel (3,8%), maar 6,5% kiezers reduceerden de peilingen tot amusementsindustrie. Over naar 2009. N-VA zou 10% halen, maar het werd 13,1%. Voor LDD werd via een ommetje langs een fantasierijke 15% aan 11,7% gedacht. Het werd een niet onverdienstelijke 7,6%.
Na de recentste septemberpeiling toeterden de kranten opnieuw. ‘Er komt geen einde aan de teloorgang van Vlaams Belang’. De partij ‘dondert naar beneden’ en ‘verschrompelt’, schreef Isabel Albers. Tiens. Volgens La Libre Belgique staat ze op winst (16,5%). Open Vld zou zich nu ‘herstellen’ (16,7%), maar in juni peilde TNS die partij precies op dezelfde hoogte (of laagte?). La Libre hield het in september op 14,4%. ‘Groen scoort’, bedenkt Albers (8,5%), maar werd in juni op 8,3% gepeild (het werd 6,8%). La Libre geeft Groen! trouwens maar... 6,8%.
Besluit? De peilingen scoren zélf ondermaats, de analyses zijn commercie geworden, de hoofdredacteurs vennoten in de commercie. Voor ons mag de verbeelding 24 uur per dag aan de macht zijn, maar je moet wel oppassen dat ze niet omslaat in al te nadrukkelijke dwaasheid. Wanneer leggen de journalisten de opinie-marketeers het vuur aan de schenen?.
Politiek interessanter lijkt ons de vaststelling dat die drie V-partijen zowat 40% van de kiezers vertegenwoordigen. Dat de kiezers van de V-partijen hun partij ook volgen in (of ondanks) hun communautaire standpunten, is voor sommigen misschien “ambetant”, maar perfect meetbaar en vooral ook politiek relevant.
Bovendien volgen binnen de traditionele partijen veel Vlamingen wel héél dicht in de buurt. Op weg naar een grote staatshervorming richting deelstaten. Tenminste. Ooit vinden die mekaar. Om dat te meten en te weten zijn – helaas voor de professoren - verkiezingen een veel fijner meetinstrument dan hun studie.
Jan Van de Casteele
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.