Vlaams, sociaal en zeker?
Dat de sociale zekerheid een Vlaamse materie moet worden, daar lijkt heel politiek Vlaanderen het nu wel min of meer over eens. Wat er daarná met een eventuele Vlaamse sociale zekerheid moet gebeuren, is een heel ander paar mouwen. Om het onweer tegen te houden dat over Vlaanderen hangt, zullen we drastisch moeten sleutelen aan onze Vlaamse sociale zekerheid. Zélfs als we al onze centen mogen houden.
Laten we beginnen met wat cijfers. De laatste maanden zijn er behoorlijk wat rapporten verschenen die de kat de bel aanbinden. Voka (het vroegere VEV) maakte wat rekensommetjes en modellen. In een pessimistisch scenario waarbij we niet meer banen creëren, verliezen we met z’n allen tegen 2014 zo’n 16% van onze welvaart. Bye bye dertiende maand en vakantiegeld. Gepensioneerden moeten in november en december hun plan maar trekken.
Zelfs in een positief scenario – waarbij we wél efficiënter werken, meer mensen aan de slag krijgen en jobs creëren – zorgt de vergrijzing ervoor dat een werknemer in 2030 nog slechts een kwart naar huis neemt van wat zijn werkgever betaalt.
Ook andere instellingen komen tot gelijkaardige conclusies. De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid en de Hoge Raad voor Financiën kwamen eerder dit jaar ook al tot de conclusie dat pensioenen vanaf 2015 alleen betaalbaar zijn als we nú meer mensen aan het werk krijgen.
De problemen op een rijtje
We zetten even de problemen van vandaag en die van morgen op een rijtje.
Hoge belastingen: De Belgische overheid legt in ons land vandaag al beslag op 52% van het BNP. Dat is 6% meer dan het Europese gemiddelde en bijna het dubbele van de Verenigde Staten. Ondanks vele beloften van belastingverlaging zijn ze de laatste jaren nog licht verhoogd, terwijl het Europese gemiddelde aan het dalen is. Vooral Duitsland en Nederland hebben aanzienlijke belastingverlagingen in het vooruitzicht gesteld.
Hoge lasten op arbeid: Om te berekenen hoelang iemand voor zichzelf werkt en hoelang voor de staat, werd de idee van de “tax liberation day” ingevoerd. Vanaf welke dag werkt de werknemer niet meer voor de staat, maar voor zichzelf? In de VS werk je vanaf begin april voor eigen rekening. In België vanaf begin september. Alleen de Scandinavische landen presteren nog net iets slechter. In het optimistische (sic!) scenario van Voka moet je in 2030 tot in oktober wachten voor je iets begint te verdienen.
Lage werkgelegenheidsgraad: Hoeveel personen tussen 55 en 65 zijn in Vlaanderen nog effectief aan het werk? Niet veel, zo blijkt. België heeft jarenlang de werkloosheidscijfers gedrukt door de mensen op (brug)pensioen te sturen. Amper één op vier 55-plusser heeft nog een job, terwijl dat in Europa bijna 40% is. In de Scandinavische landen heeft men die verhouding ondertussen boven de 60% gekregen.
De vergrijzingsgolf: Net zoals in vele andere Europese landen, kent Vlaanderen een enorme vergrijzing. Vanaf 2010 schiet het aantal gepensioneerden de lucht in. Voor Wallonië is dat probleem een heel klein beetje kleiner. Brussel blijft dankzij zijn sterke vreemdelingenpopulatie een relatief jonge bevolking. Aangezien Wallonië precies in hetzelfde bedje ziek is als Vlaanderen, is de idee dat ‘Wallonië onze pensioenen gaat betalen’ compleet uit de lucht gegrepen.
Stijgende ziektekosten: Dankzij nieuwe medische technieken gaat de levensverwachting er nog steeds op vooruit. Dat zorgt er echter voor dat de medische consumptie – en dus ook de kosten voor de overheid – per inwoner veel sneller stijgen dan de economische groei.
Daling van industriële productie: Productiebedrijven hebben het lastig in Vlaanderen. Velen wijken uit naar lageloonlanden. Sommigen wijken uit naar China, maar het zullen in de komende paar jaren vooral de nieuwe EU-lidstaten zijn die investeringen aantrekken. Zolang je die leegloop kan compenseren door nieuwe dienstverlenende bedrijven op te richten, is dat geen probleem. Maar het blijkt meer en meer dat Vlaanderen op die trein niet in de eerste wagon zit. De economische groei van België en Vlaanderen is het jongste decennium behoorlijk ónder het Europese gemiddelde gezakt.
Hersenvlucht: Er wordt in de media weinig over geschreven, maar ook vandaag nog is er een netto-emigratie van universitair geschoolde werknemers uit Vlaanderen. Emigratie is er altijd geweest, maar de jongste jaren worden we meer en meer geconfronteerd met het feit dat ook labo’s en onderzoekscentra verhuizen naar het buitenland. Jonge en dynamische internationale werknemers emigreren naar London, New York, Parijs en Frankfurt, niet naar Vlaanderen. De hoge belastingen op topverdieners is daar niet echt vreemd aan.
Pensioenstelsel: In tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland, heeft België met de ingezamelde pensioenbijdragen nooit een pensioenreserve opgebouwd, maar rekent het op de volgende generatie om de pensioenen te bekostigen. Daarbovenop heeft ons land bovendien een schuldenberg opgebouwd die nog altijd ruim boven het Europese gemiddelde ligt en die – in tijden van hoge rente – alle beschikbare budgetruimte opvreet. Met begrotingstrucjes zoals het Belgacom-pensioenfonds, wordt dat probleem nog een beetje aangedikt.
Neem al die factoren samen, en het is niet moeilijk te begrijpen waarom het stelsel dat we vandaag kennen, onhoudbaar is voor de volgende generatie. Zélfs in de veronderstelling dat de sociale zekerheid morgen gesplitst wordt en Vlaanderen zijn geld zelf mag besteden.
Hoe los je het op?
Wie de sociale zekerheid in Vlaanderen wil zeker stellen, zal dus niet zacht mogen zijn. Binnen België is het alvast onmogelijk: er rusten te veel taboes op de transfers die via de sociale zekerheid van noord naar zuid verlopen. Een volledige splitsing is dus alvast een conditio sine qua non voor welk beleid dan ook.
Maar het zal niet genoeg zijn. Verre van. En er zullen keuzes gemaakt moeten worden. We zetten een aantal mogelijkheden op een rijtje.
Langer werken. Dat we langer zullen moeten werken, staat vast. Om onze huidige werkgelegenheidsgraad van 59% op te trekken naar het Europese streefdoel van 70% zullen we veel meer mensen aan het werk moeten houden tot hun 65 en zal het aantal jobs met 300 000 moeten groeien. Dat is trouwens ook de reden waarom het VBO alvast aankondigde het woord “brugpensioen” uit het vocabularium te schrappen. De Scandinavische landen zijn erin geslaagd zijn om bijna 75% van de werknemers tussen 55 en 65 aan het werk te houden en de werkloosheid onder de 5% te houden – ondanks de hoge belastingen.
Meer belastingen. Dat is altijd makkelijk. In het Voka-scenario komt “niets doen” neer op een overheid die in 2030 75% van de lonen opeist in plaats van de 66% van vandaag.
Meer werken. Meer werken is natuurlijk ook een oplossing. Meer werken voor hetzelfde loon verlaagt de loonkost en verhoogt dus de economische activiteit. In Frankrijk staat de 32-urenweek onder enorm hoge druk. In Duitsland stemden de arbeiders van Siemens erin toe om twee uur per week meer te werken – zonder extra loon – in ruil voor de garantie op werk. In 2002 werkte een Belg nog gemiddeld 1560 uren per jaar. In Slovakije zijn er dat 1980.
Keuzes maken. Als er niet genoeg centen zijn om alles te betalen, moeten er keuzes gemaakt worden. Het is niet mogelijk om álles te blijven terugbetalen. Professor Hugo Kesteloot (U.Gent) gooide begin april de knuppel in het hoenderhok door voor te stellen om terugbetaling van ziektekosten voor 85-plussers tot quasi nul te herleiden. ‘Het is beter dat de staat ervoor zorgt dat iedereen 85 kan worden, dan het leven van 85-jarigen nog met een paar jaar te rekken.’
Andere belastingen. Wat belast wordt, verdwijnt. Ons huidige stelsel haalt een enorm grote proportie van zijn inkomsten uit belastingen op arbeid. De loonwig – het verschil tussen wat de werkgever betaalt en wat je uiteindelijk overhoudt – wordt in grote mate daardoor bepaald. Een verplaatsing van belasting op arbeid naar belasting op verbruik (met andere woorden een hogere BTW) zorgt ervoor dat ook buitenlandse goederen hoger belast worden en dat binnenlandse productie goedkoper wordt. Dat is ook de reden waarom werkgeversorganisaties ervoor pleiten om de sociale zekerheid van kinderbijslagen en gezondheidszorg niet langer te financieren via belastingen op arbeid.
Vereenvoudig de administratie. Vereenvoudiging van de administratie is het stokpaardje van Vivant. Vervang alle vervangingsinkomens, pensioenen, kinderbijslagen, studiebeurzen en dergelijke door een gestandaardiseerd basisinkomen en je maakt komaf met een gigantische hoop overtollige administratie. De idee verdient meer aandacht dan ze krijgt.
Privatiseren. In Ierland krijg je als werknemer van de staat slechts een zeer minimale bescherming voor de grote kosten, maar er bestaan massa’s privé-verzekeringen die extra bescherming bieden. Met de hogere netto-inkomsten (een Ierse werknemer neemt voor een zelfde kost van de werkgever bijna het dubbele netto naar huis) is dat best betaalbaar.
Economische groei. Meer groei betekent meer inkomsten voor de staat. Zo simpel ligt dat. Een overheid die investeert in onderwijs en economische infrastructuur en een bedrijfsvriendelijk klimaat schept, genereert economische groei. Zo worden bijvoorbeeld in Denemarken tweemaal meer middelen ingezet om werklozen te begeleiden en op te leiden tot beroepen waar vraag naar is.
Immigratie. Immigratie is een logisch antwoord op het vergrijzingsprobleem. Door het aantrekken van buitenlandse werkkrachten verhoog je het aantal actieven zonder te moeten wachten op de eigen bevolking en zonder (te veel) te moeten investeren in opleiding. Zoals we in een vorig nummer van Doorbraak uitlegden is dat alleen efficiënt als je je beperkt tot de hoger opgeleiden en dan nog liefst voor tijdelijke contracten en knelpuntberoepen.
Tegen elke suggestie hierboven kan je morele, technische, politieke en praktische bezwaren inroepen. Is het moreel aanvaardbaar dat rijke mensen betere gezondheidszorg of betere scholen kunnen bekostigen? Dat mensen tot in september voor de staat moeten werken? Dat je de volgende generatie opzadelt met een schuldenberg en een lege pensioenkas?
Waar kiest Vlaanderen voor?
Er is in Vlaanderen een opvallend grote consensus over de grond van de zaak. De Vlaming is en blijft bereid om een groot deel van zijn inkomen af te staan in ruil voor een uitgebreide sociale bescherming. Geen enkele politieke partij pleit voor een afbouw van de sociale uitgaven in ruil voor belastingverlaging. De antibelastingenpartij RAD heeft eind jaren 1970 nooit echt voet aan de grond gekregen, Vivant haalt geen enkele zetel en de liberale partij in Vlaanderen zit op een lijn waar vele socialistische partijen in Europa natte dromen van zouden krijgen.
Vlaanderen kiest daarbij voor een sociale zekerheid op drie krachtlijnen: een verdere uitbreiding (alles moet gratis), onder Vlaams beheer (gelukkig maar) en gefinancierd door algemene belastingen (en dus niet door belastingen op werk).
De zorgverzekering, die twee jaar geleden – quasi unaniem – door het Vlaams Parlement werd goedgekeurd, zit mooi op die lijn. In het Vlaamse regeerakkoord zet men nu ook geld opzij om het basisonderwijs volledig gratis te maken. En volgt de idee van het gratis openbaar vervoer eigenlijk ook niet precies hetzelfde spoor?
Het één of het ander?
Vlaanderen heeft morgen de financiële middelen niet meer om dat allemaal te blijven betalen. Elke uitbreiding vergroot het probleem. Vlaanderen zal dus moeten kiezen. Zelfs zonder transfers naar Wallonië zal het aartsmoeilijk worden om het huidige stelsel min of meer recht te houden, laat staan om nieuwe initiatieven in de toekomst te bekostigen.
De liberale “Generatie 2016” van Bart Somers pleitte een aantal maanden geleden voor een Vikingmodel, met een uitgebreide sociale bescherming. Tegelijkertijd pleitte de groep ook voor een verlaging van de belastingen tot maximaal 30%. Dromen mag, naïef zijn ook. Een goed bestuurder koopt best een rekenmachientje.
Ik hoop voor mijn dochtertje van twee dat er in Vlaanderen op tijd nagedacht wordt over welke sociale zekerheid we willen en hoeveel we daarvoor willen betalen. Zonder opnieuw de factuur op de volgende generatie door te schuiven.
* Bronnen
Het rapport van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid: http://meta.fgov.be/pdf/pd/ Het jaarverslag 2004 van de Hoge Raad van Financiën: http://www.docufin.be/websedsdd/intersalgnl Het jaarverslag 2004 van de Studiecommissie voor de Vergrijzing: http://www.docufin.be/websedsdd/intersalgnl Voka: leidraad voor een Vlaanderen met meer economische toekomst http://www.voka.beReacties
Terug naar de artikelenlijst.