En dan zijn er ook nog Europese verkiezingen

Op 7 juni zijn er voor de zevende keer rechtstreekse Europese verkiezingen. Europa eenmaken is niet zo eenvoudig, zelfs de verkiezingsdata verschillen. De Britten en de Nederlanders stemmen traditiegetrouw op een donderdag, op 4 juni dus, de Ieren op 5 juni, de Tsjechen op 5 en 6, de Letten, Cyprioten, Maltezers en Slowaken op 6, de Italianen op 6 en 7, alle anderen op zondag 7 juni.
Toen in 1979 de eerste verkiezingen werden gehouden, was de Gemeenschap nog met negen, nu is de Unie met 27. Er waren toen zes officiële talen, nu 23. Toen werden 410 parlementsleden gekozen, nu 736, onder wie 22 Belgen waarvan 13 Vlamingen. Ook met die aantallen zitjes is het een hele soep. Het uittredende parlement telt 785 leden, onder wie 24 Belgen, waarvan 14 Vlamingen. Als het Verdrag van Lissabon in de loop van de komende vijf jaar toch werkelijkheid zou worden en in de plaats komen van het verdrag van Nice, zou het aantal leden toch weer (tijdelijk) toenemen, van 736 naar 754. Die extra 18 leden worden meteen verkozen maar zullen voorlopig als waarnemers zetelen. Alleen het aantal Belgische leden blijft in elk geval op 22, één Vlaming en één Waal minder dan totnogtoe. De Vlaamse vertegenwoordiging gaat er dus een heel klein beetje op vooruit: van 58,33 naar 59,09 %. Het stukje Duitsland dat België na de Eerste Wereldoorlog heeft verworven, blijft met zijn 73 000 inwoners verzekerd van één zetel, die dus nog “goedkoper” is dan die van de kleinste vier landen Estland, Cyprus, Luxemburg en Malta.
Wie ooit het Europees Parlement (EP) heeft bezocht, wordt vandaag getroffen door het gigantisme. Toen ik in de jaren 1950 als student de voorloper van het EP, de Gemeenschappelijke Vergadering van de EGKS bezocht, zaten daar 78 afgevaardigden van de nationale parlementen van de zes lidstaten die zich van vier talen konden bedienen. Toen ik in de jaren 1960 als journalist naar Straatsburg trok en de Vergadering zich Europees Parlement begon te noemen, waren er al 142 leden. Na de toetreding van het VK, Ierland en Denemarken in 1973 werden het er 198 en kon men zich van zes talen bedienen. De grote ambitie van de eerste decennia was de rechtstreekse verkiezing, die in 1979 ongeveer 62 % van de burgers kon aanspreken. Naarmate het EP dankzij zijn rechtstreekse verkiezing ook aan invloed won en zelfs aan macht, daalde paradoxaal de opkomst van de kiezer. Bij de laatste verkiezingen in 2004 kwam nog amper 45 % van de burgers opdagen en zonder de stemplicht in België, Luxemburg, Griekenland en Cyprus zou het nog erger zijn geweest.
Met de moed der wanhoop
De sterkte van een instelling is rechtstreeks evenredig met haar graad van legitimatie door de burger. Het EP heeft van zijn rechtstreekse verkiezing ontegensprekelijk gebruik gemaakt om een stevige greep op de Europese ontwikkeling te krijgen, op de begroting, de wetgeving, de gang van zaken bij de andere instellingen. De scheidende voorzitter, de Duitse christendemocraat Hans-Gert Pöttering, kon dan ook op de laatste zitting van de “legislatuur” een indrukwekkende balans voorleggen. Liefst van al had een meerderheid van het EP de Europese Grondwet, waar het zo hard aan gesleurd had, in werking willen zien treden. Met de Ersatzgrondwet, geheten Verdrag van Lissabon, dat ook nog steeds moet worden geratificeerd, had het EP ook kunnen leven. Het parlement wil, hierin aangemoedigd door zijn rapporteur Jean-Luc Dehaene, al meteen anticiperen op de inspraak bij de benoeming van de nieuwe Commissievoorzitter, die in het verdrag van Lissabon is voorzien.
Op de laatste plenaire zitting in Straatsburg heerste een sombere stemming. Misschien verdwijnt wel eenderde van de uittredende leden. Het Verdrag van Lissabon komt er misschien niet en de Europese Raad zal de Commissievoorzitter allicht zonder parlementaire inspraak benoemen. Het nieuwe parlement zal allicht een toontje lager moeten zingen, want hoe lager de opkomst, hoe zwakker het Parlement en hoe zwakker zijn grote fracties. De grote fracties, totnogtoe EVP-ED (288 zetels), socialisten (217) en liberalen (100), delen vrij autoritair de lakens uit. Maar de Europese Democraten (de Conservatieven) verlaten de EVP wat deze een honderdtal zetels kan schelen, goed te maken door de opname van de nieuwe partij van Berlusconi, wat dan weer veel linkse christendemocraten niet zint. Als radicale partijen veel zetels winnen, zou dat een “opstand der miskenden” kunnen opleveren. Dat levert dan wel een beetje meer democratie op maar ook wat meer anarchie.
Voor de dertien Vlamingen is de verkiezing een hachelijk zaak. Er is alvast een zetel minder te begeven en bij elke lijst zit er wel iemand op de wip: Ivo Belet (CD&V), Dirk Sterckx (Open Vld), Anne Van Lancker en/of Saïd El Khadraoui (sp.a), Philip Claeys (VB), Bart Staes (Groen!) en Derk Jan Eppink (LDD). Voor de gekozenen moge het een troost zijn dat hun wedde, totnogtoe gelijk aan die van een Belgisch Kamerlid van 6626 euro, wordt verhoogd naar het Europese eenheidssalaris van 7665 euro bruto per maand.
Guido Naets
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.