Immigratie en economie
We hebben nieuwe immigranten nodig om onze pensioenen te verzekeren. Deze - wijdverbreide - stelling impliceert dat immigratie voordelig is voor het ontvangende land, zeker als dat land met een verouderende bevolking kampt. Is immigratie voordelig? We bekijken het puur economisch.
Met de uitbreiding van de Europese Unie en het mogelijk toetreden van een reeks armere landen, is binnen Europa de discussie opnieuw opgelaaid. In Vlaanderen wordt er nauwelijks over gedebatteerd: het is niet ecth politiek correct om te discussieren of het “nut van de immigratie”. Dat neemt niet weg dat er in buitenlandse kranten en tijdschriften heftig over wordt geschreven . Politieke en economische argumenten worden daarbij gemakkelijk door mekaar gehaspeld en de argumenten vliegen langs alle kanten rond.
Sta ons toe hieronder een – ietwat eenzijdig – verhaal te schetsen en de disucssie te vernauwen tot de vraag of immigratie economisch een bonus kan opleveren voor het ontvangende land.
Het grote verhaal
Voor macro-economen en voor de Europese Commissie liggen de zaken simpel: hoe minder belemmeringen er zijn voor arbeid en kapitaal, hoe beter voor Europa. Waar er een (relatief) tekort heerst, stijgen de prijzen. Dat trekt buitenlands kapitaal of buitenlandse arbeid aan en de arbeid en kapitaal worden efficiënter ingezet. Met de toetreding van de nieuwe lidstaten tot de EU, zou dat betekenen dat de nieuwe landen kapitaal gaan aantrekken uit de bestaande lidstaten (onze bedrijven gaan ginds investeren) en die trekken op hun beurt arbeidskrachten aan uit de nieuwe landen, omdat zij voor een lager loon willen werken.
Voor de nieuwe landen betekent dit hoge investeringen en een sterke groei, zodat ze stilaan Europa kunnen inhalen. Ook voor de bestaande EU-landen betekent dit winst. Ze kunnen kapitaal efficiënter (lees: met meer winst) investeren in de nieuwe landen, terwijl de loonkost in eigen land daalt, wegens meer aanbod van werkkrachten.
Dalende loonkost
De open grenzen betekenen dus in principe een win-win situatie voor beide landen. Dat is precies waar Europa op aast. Maar dat betekent niet dat iedereen wint. De nieuwe groep immigrant-werknemers is duidelijk beter af: ze verdienen nu meer dan vroeger. Vanuit het standpunt van het ontvangende land en zijn inwoners, is dat echter irrelevant.
Door het grotere aanbod van goedkopere arbeidskrachten, dalen de lonen en stijgen de bedrijfswinsten. Ook de werkgevers zijn dus beter af, vooral diegenen die meer van deze goedkopere arbeidskrachten gebruik maken. Maar door dezelfde dalende lonen leveren de eigen werknemers natuurlijk een stuk welvaart in.
Theoretisch is de winst voor werkgevers groter dan het verlies voor de werknemers. Er is dus netto winst voor het ontvangende land. In professorenkringen wordt dat de “immigratiebonus” genoemd. Maar die bonus is klein. Een stijging van 10% in het aantal arbeiders en een daling van 3% in de gemiddelde lonen, zou volgens recente Amerikaanse studies een netto bonus van nog geen 0,1% in bruto nationaal product betekenen.
Hoger en lager opgeleiden
Maar we moeten het verhaal nog iets complexer maken. Er zijn hoger- en lager opgeleide migranten. En het effect daarvan op een land is duidelijk verschillend. Hoger opgeleide migranten komen niet in concurrentie met ongeschoolde lokale arbeiders, zij betalen hogere belastingen en lopen minder risiko om netto ten laste te vallen van de sociale zekerheid.
Het Verenigd Koninkrijk voert in dat opzicht een verbazingwekkend efficiënte politiek. Ongeveer 42% van alle vreemdelingen van het VK heeft een hogere opleiding, terwijl dit voor de Engelse bevolking slechts 29% is. Australië en Canada bijvoorbeeld zetten met een puntensysteem hun grenzen wijd open voor iedereen die het juiste diploma kan tonen, maar blijven dicht voor immigranten zonder kwalificaties.
Vooral in het geval van “knelpuntberoepen” blijkt de efficiëntie van een dergelijke politiek: het vermindert de opleidingskosten en vermijdt torenhoge loonkosten voor een groep zeldzame werknemers. In 2002 werkten in het VK meer dan 30.000 verpleegkundigen van vreemde afkomst. Het zorgt ervoor dat verpleegsters in Engeland 30 tot 40% minder verdienen dan in de buurlanden op het vasteland, en het houdt voor de Engelse belastingbetaler de kosten van opleiding en gezondsheidszorg laag.
De werkgevers kaarten dit punt regelmatig aan. Tijdelijke tekorten aan software-ingenieurs worden in Duitsland ingeroepen om meer Indiërs te kunnen aanwerven, met het argument dat anders “hele sectoren naar het buitenland verhuizen”.
De pensioenen
In landen met een verouderende bevolking dreigt een tekort aan actieve werknemers. Dat heeft twee effecten. De werkende bevolking moet procentueel meer van haar loon afstaan om een groeiende groep gepensioneerden te onderhouden. Anderzijds heeft dat ook tot gevolg dat het aanbod van werknemers daalt, en dus dat de lonen zullen stijgen. De dubbele stijging van lonen en belastingen zorgt ervoor dat het leven voor iedereen – dus ook voor de gepensioneerden – duurder wordt. Aangezien die niet kunnen onderhandelen over hun pensioen, zou dat betekenen dat zij in relatieve koopkracht zullen inboeten.
Zonder een instroom van nieuwe werknemers dreigt dus een sterk groeiende verarming van de gepensioneerden. Immigratie kan dat tekort opvangen, en is – vanuit het standpunt van de gepensioneerde - een valabele oplossing. Maar de aantallen zijn duizelingwekkend. Volgens een studie van de Verenigde Naties zou de bevolking van Europa tegen 2050 moeten verdubbelen om de huidige leeftijdsstructuur in stand te houden. 12 miljoen Vlamingen dus. Het lijkt nogal onrealistisch.
Afgezien van de verhoging van de nataliteit, lijkt de verhoging van de pensioenleeftijd dus de énige haalbare kaart om dit probleem binnen de perken te houden. Is het niet formeel, dan zullen de gepensioneerden wel verplicht worden om informeel bij te klussen om hun levensstandaard op peil te houden.
Andere voordelen
Diversiteit kan een belangrijk economisch pluspunt zijn. De aanwezigheid van een behoorlijke groep Chinezen kan het handelsverkeer richting China gevoelig verbeteren. Contacten met handelspartners verlopen vlotter als er meer culturele kennis over die handelspartner “in huis” is. Maar een te grote diversiteit kan ook sociale kosten met zich meebrengen. Japan bijvoorbeeld kent nauwelijks enige permanente immigratie.
Een laatste punt dat we dienen aan te halen is het efficënt gebruik van de infrastructuur. In de mate dat infrastructuur onderbenut is (wegen, treinen, elektriciteit,...) kunnen nieuwe inwoners de benuttingsgraad en dus de efficiëntie ervan verhogen. Investeringen zoals kabeltelevisie of breedband internet zijn nu eenmaal makkelijker te doen in dichtbevolkte gebieden. Dat is een mooie plus. Maar indien de infrastuur door de hogere bevolkingsdichtheid overvraagd wordt, gaat de kost pijlsnel omhoog.
De plus en de min
Immigratie op grote schaal is onweerlegbaar positief op wereldvlak en voor de immigrant zelf. Het zorgt voor een globale economische groei én voor herverdeling. Voor het ontvangende land is het economische voordeel veel minder duidelijk. De immigratie heeft daar echter sterk herverdelende effecten. Werkgevers winnen, werknemers verliezen.
Het soort immigratie en de voorwaarden ervan kunnen een enorm verschil maken in de economische effecten van immigratie. Een land dat de economische rijkdom van zijn onderdanen wil optimaliseren, kan er best voor opteren om enkel hooggeschoolde immigranten aan te trekken, en dan bij voorkeur alleen in knelpuntberoepen en via tijdelijke contracten.
Economische en andere argumenten
De manier waarop het immigratiedebat gevoerd wordt, lijkt in Vlaanderen nogal eigenaardig. Vanuit groen-globalistisch standpunt is een onbeperkte immigratie logisch en wenselijk. Zij staan in deze strijd schouder aan schouder met het “grootkapitaal” dat ook liefst zoveel mogelijk vrij verkeer van personen ziet. Vele Vlaamse bedrijven hebben overigens de uitbreiding van de EU niet afgewacht om arbeid uit centraal-Europa in te huren voor seizoensarbeid of andere laagbetaalde jobs. Dat één en ander daarbij niet helemaal fiscaal in orde is, mag duidelijk wezen.
Voor werknemers echter is immigratie in alle opzichten negatief. Logischerwijze zouden werknemerspartijen en –organisaties dan ook de instroom zoveel mogelijk moeten proberen beperken, zeker als het gaat om laaggeschoolden of mensen die – via politiek asiel of gezinshereniging – van uitkeringen moeten leven. Het zijn immers vooral de werknemers die die via sociale lasten de uitkeringen financieren.
Wie het politieke landschap in Vlaanderen bekijkt, moet wel tot de vaststelling komen dat de respectievelijke partijen en verenigingen niet precies op de golflengte zitten die je op basis van economische argumenten kan verwachten. Andere belangen, argumenten en redeneringen moeten dus wel een rol spelen.
Het zou het debat verhelderen, mochten die even duidelijk op tafel worden gelegd .
Interessante links:
The economic benefits of immigration (George W. Borjas) http://papers.nber.org/papers/W4955 http://ksghome.harvard.edu/~.gborjas.academic.ksg/Papers/HANDBOOK.pdfReacties
Terug naar de artikelenlijst.
Willy Desmet
Willy Desmet op 24-08-05Lees verder...
Maar wat als de immigranten niet officieel werken in ons land?
Kristof Herpelinckx op 15-04-06Lees verder...