Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

Vlaams-Brabant toch niet prijsgeven: Vlaamse reglementen zo strak mogelijk toepassen

06-04-2009 / Marc Platel


‘Vlaams-Brabant in de in de klauwen van gestage verfransing’. Een opvallende, maar zeker niet onjuiste titel. Integendeel het mocht nog stouter. Een titel in het Doorbraak-nummer van vorige maand over de inderdaad gestage verfransing van Vlaams-Brabant met een extra klemtoon op de Vlaamse faciliteitengemeenten.

Een zoveelste becijferde bevestiging van een proces dat al wie in dat deel van Vlaanderen woont, de Vlaamse rand rond Brussel, dag na dag met eigen oren en ogen kan horen en zien. Een sluipende ziekte die nu al decennia lang aansleept, zodanig dat sommigen in Vlaanderen luidop pleiten voor een Vlaamse euthanasie voor deze Vlaamse gemeenten, er is toch niet meer aan te doen. Een evolutie waarvan men zich kan afvragen of het toch niet anders had gekund. Of er misschien toch nog wondermiddeltjes bestaan om die trieste ontwikkeling minstens te vertragen.

Onbetaalbaar

Het gebeurde begin van de jaren 1980 tijdens een nieuwjaarslunch van de toenmalige Vlaamse regering. Aan één van die Vlaamse ‘leden van de Vlaamse executieve’, zoals ze toen op hun naamkaartje moesten drukken, probeerde ik uit te leggen waarom mijn kinderen er niet moesten aan denken om te blijven wonen in de Vlaamse gemeente Kraainem, waar ze geboren en opgegroeid waren. Toen al was wonen in die uithoek van Vlaanderen voor een doorsnee gezin onbetaalbaar aan het worden. De Vlaamse bewindsman was geschokt en zou ‘er werk van maken’.

Dertig jaar later, vandaag dus, zijn er in diezelfde Vlaamse gemeente straten waar niet eens nog ‘Belgen’ wonen, geen Vlaamse Belgen, maar ook geen Franssprekende landgenoten. Wel Polen en Fransen, Luxemburgers of Turken, Grieken, Engelsen, Italianen, Spanjaarden, Japanners en sinds enkele tijd steeds meer Russen.

Een kwart van de Kraainemse bevolking (13 000 inwoners) is vandaag ‘geen Belg’. Nu mijn Vlaamse buur er sinds kort niet meer is, wordt zijn huis over afzienbare tijd wellicht verkocht. Een Vlaamse koper kan natuurlijk nog altijd, en het gebeurt zelfs, maar buitenlanders als nieuwe buren is toch de meest voor de hand liggende kaart. En voor onze meest nabije buurt langs links op diezelfde Kraainemse Oudstrijderslaan kunnen we vandaag al een waarschijnlijk tijdschema opstellen voor nog meer overdracht van nog meer woningen naar niet-Belgische bewoners.

Rand

We zien het al jaren onder onze ogen gebeuren, die internationalisering is geen Kraainemse exclusiviteit, het is integendeel een snel uitdeinend Vlaamse rand-verschijnsel. Het al dan niet bestaan van taalfaciliteiten in een Vlaamse randgemeente gemeente speelt bij de buitenlandse kandidaat-koper daarbij eigenlijk geen rol: men heeft horen zeggen dat die Vlaamse gemeentebesturen niet zo moeilijk doen als het erop aankomt die meestal welstellende nieuwkomers binnen de eigen muren te houden, dat het in die gemeente naar hun buitenlandse normen nog betaalbaar is, maar vooral goed wonen. Het echte leven speelt zich toch af in het niet zover af gelegen Bruxelles, waar Frans – gesandwiched tussen Engels en Arabisch – de omgangstaal is. Even aan herinneren dat het stilaan beruchte Gewestelijk Expressnet er komt om eerst en vooral goed volk uit Vlaams-Brabant zonder veel tijdverlies richting Bruxelles te verplaatsen. De verfransende internationalisering van de Vlaamse rand wordt met de trein aan huis besteld!

De dagelijkse Kraainemse ervaring leert dat niet alle buitenlandse nieuwkomers a priori denken dat hun nieuw adres in Bruxelles ligt. Nogal wat buitenlandse ouders zoeken voor hun kleintjes bewust in het plaatselijke uitsluitend Nederlandstalig kinderdagverblijf ’t Kraaiennestje. ‘We wonen hier toch in Vlaanderen. Ons kind moet toch met zijn vriendjes in de buurt kunnen spelen.’

Toegegeven, niet iedereen denkt er zo over, maar het gebeurt. Vader of moeder beloven meer dan voorheen dat ze Nederlands zullen leren. Van een inmenging van de Franse Gemeenschap op Vlaams grondgebied kan onder meer daarom geen sprake zijn. Dit zou de doodsteek betekenen over veel jarenlange plaatselijke Vlaamse moeite om er toch nog iets aan te doen.

Men kan natuurlijk pleiten voor een Québeciaanse taalpolitie. Fikse boetes voor uithangborden in de verkeerde taal, in centimeters becijferde vrijheid van taalgebruik. Of iets gemakkelijker: doen wat de Vlaamse regering de voorbije maanden voorbeeldig heeft volgehouden: de bestaande Vlaamse reglementen zo strak mogelijk toepassen. Op die manier werd het front van de Franstalige burgemeesters van de faciliteitengemeenten gehalveerd.

BHV splitsen zou natuurlijk ook niet slecht zijn: aan de nieuwkomers op die manier nog duidelijker maken dat ze voortaan ten volle kunnen deelnemen aan de Vlaamse gemeenschap. Tot het einde van hun dagen kunnen ze hier hun taal spreken. De Gemeenschap die hen gastvrij opvangt, spreekt evenwel Nederlands. Zoals men ‘aan de overkant’ Frans spreekt. Is dat niet simpel?

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.