Pleiten voor een onafhankelijk Wallonië

Is Wallonië economisch nog te redden? Natuurlijk wel. Wallonië beschikt over alles om één van de sterkste economieën van Europa te worden. Maar België is daarbij de belangrijkste hinderpaal: het verhindert elke maatregel die een economische heropleving mogelijk maakt. De politieke conclusies van dit – in se eenvoudige – verhaal zijn nochtans verregaand.
Vorige maand vergeleken we in dit blad Wallonië met Ierland. Hoe Ierland uit het slop geraakte en op vijftien jaar tijd een Europese koploper is geworden. Dankzij een gevoelige daling van de overheidsuitgaven, deregulering, een gezonde investeringspolitiek, akkoorden met de vakbonden, lage bedrijfsbelastingen, Europese steun en verleiding van Amerikaanse multinationals groeide de Ierse economie van 78% naar 116% van het Europese gemiddelde. Op een halve generatie van boerenland tot modelstaat.
Wallonië heeft alles in huis om die krachttoer te herhalen: goed opgeleide werknemers, een zeer goede infrastructuur, ongebruikte industriezones, een toeristisch waardevol hinterland en het ligt in het midden van een gigantisch afzetgebied. Hét probleem is België. Het politieke en economische systeem zit zo perfide in elkaar dat Wallonië de nodige maatregelen niet mág nemen ze de bevoegdheid niet heeft kán nemen omdat het de transfers in gevaar zou brengen.
Wallonië bij Frankrijk?
Moet Wallonië dan bij Frankrijk aansluiten? Er zijn zowel onder als boven de taalgrens mensen die dat bepleiten. Beiden gaan ze ervan uit dat Wallonië niet leefbaar is zonder een sponsor en dat Frankrijk wel bereid zou zijn die sponsor te spelen. Bij beide veronderstellingen kunnen huizenhoge vraagtekens gezet worden. Eén ding staat echter als een paal boven water: de Franse economische, fiscale en sociale wetgeving zou moordend zijn voor een ontluikende Waalse economie. Het allerlaatste wat Wallonië nodig heeft, is een Franse schoonmoeder waaraan het helemaal niks heeft te zeggen.
Een confederale constructie waarbij Wallonië aansluit bij Frankrijk, aanspraak maakt op Franse miljarden en tegelijkertijd een eigen fiscale, sociale en economische politiek mag volgen, lijkt erg vergezocht. Het zou een precedent zijn dat in het centralistische Frankrijk maar weinig aanhangers zal kennen.
Een andere strategie voor de Vlaamse Beweging
De enige manier om Wallonië economisch gezond te krijgen, is dus een onafhankelijk Wallonië. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat er vanuit Vlaanderen geen miljarden meer moeten komen tot Wallonië er economisch bovenop is. Vlaanderen is vandaag bereid om miljarden op tafel te leggen voor een bijzonder krakkemikkig België. Waarom morgen niet voor een bevredigende boedelscheiding met een degelijke oplossing voor Brussel?
Een onafhankelijk Vlaanderen en Wallonië is dus perfect voor te stellen een win-win situatie voor beide landsdelen. Het is dus niet zo dat wat Vlaanderen wint bij een onafhankelijkheid, noodzakelijkerwijze tot een verlies moet leiden voor Wallonië. Een dergelijk discours creëert nogal wat interessante conclusies die met een traditionele ééndimensionele discussie – zij stelen ons geld – niet mogelijk zijn.
Vooreerst voor de Vlaamsgezinden binnen de traditionele partijen. Wie zich in Vlaanderen voorstander toont van een boedelscheiding wordt onmiddellijk geassocieerd met Vlaams Blok, groepsegoïsme en extreem-rechts. Taboe dus. Daarom verschuilen echte of pseudo-Vlaamsgezinden zich achter duistere concepten zoals “confederalisme”, “verwasemen van België” en andere gedrochten om zich toch maar te kunnen distantiëren van het Vlaams Blok en te beweren dat men niet voor separatisme is.
Ook de Vlaamse Beweging heeft daar last van. Het programma van de Vlaamse Beweging is voor 95% hetzelfde als het communautaire programma van het Vlaams Blok. En ook het taalgebruik is voor 95% hetzelfde. Is het dan te verwonderen dat Vlaamse verenigingen – in vele gevallen zelfs opzettelijk – op eenzelfde extreem-rechtse hoop worden gegooid? En dat een aantal verenigingen om diezelfde reden de stap naar onafhankelijkheid niet durft zetten?
Er is dus nood aan een ander discours, aan een nieuwe terminologie, aan nieuwe ideeën, zodat de Vlaamsgezinden in álle partijen zich kunnen verenigen rond die onafhankelijkheid. Zonder in het kamp van het Vlaams Blok te worden geduwd. Het idee dat ook – en vooral – Wallonië baat heeft bij een boedelscheiding, kan de basis vormen van een dergelijke strategie.
Niks nieuws onder de zon
Dat idee is trouwens helemaal niet nieuw. Wijlen Antoon Roosens – die in geen geval van extreem-rechtse sympathieën kan worden verdacht – pleitte gedurende jaren voor een Marshallplan voor Wallonië, waarbij de transfers zouden omgezet worden in investeringen. Een rijk Wallonië maakt ook Vlaanderen rijker. Het idee sloeg binnen de Vlaamse Beweging echter nooit aan, laat staan daarbuiten.
Lionel Vandenberghe haalde de jackpot binnen toen hij in 1995 vanuit Diksmuide een hand uitstak naar de zuiderburen met de uitspraak ‘Waalse vrienden, laten we scheiden’. Het leverde hem applaus op van álle Vlaamse Bewegers en zinderde wekenlang na in de Belgische politiek en pers. In plaats van op die weg verder te gaan, koos het comité er echter voor een anti-Vlaams Blok koers te voeren. Het moffelde de onafhankelijkheid weg en nam het anti-Vlaams Blokdiscours over van de traditionele partijen. Het comité kreeg daarvoor officiële schouderklopjes, maar verloor tegelijkertijd zijn representativiteit en zijn geloofwaardigheid binnen de beweging. Politiek gezien is de IJzerbedevaart vandaag dood. Het comité heeft daarmee allicht dé historische kans gemist om opnieuw de voortrekker van de Vlaamse Beweging te worden.
In haar onafhankelijkheidscampagne van 1996 nam de Vlaamse Volksbeweging de slogan over. Er werden persconferenties gehouden met Wallonie Libre, en er kwam een redelijke persrespons. Die contacten werden na de bewuste campagne echter niet verder onderhouden.
In de aanval
De Vlaamse Beweging moet erin slagen om ook in de andere partijen een netwerk van Vlaamsgezinden op te zetten die onomwonden voor onafhankelijkheid kunnen kiezen zonder daarom op dezelfde lijn te staan als het Vlaams Blok. Een win-win voorstel dat zich afzet tegen het inefficiënte België in plaats van het schrokkerige Wallonië kan allicht dat bindmiddel worden.
Het biedt de Vlaamse Beweging meteen een heel nieuw arsenaal argumenten om in de aanval te gaan tegen de verdedigers van de status-quo. Argumenten waar ook andere partijen oren naar kunnen hebben, en die niet kunnen afgewimpeld worden met verwijten van “extremisme” en “groepsegoïsme”.
Wallonië heeft meer postmannen dan Vlaanderen? Een zoveelste onrechtmatige transfer? Neen. Het is een totaal onverantwoorde politiek die Wallonië zwakker maakt in onderhandelingen, de argumenten van het Vlaams Blok versterkt en de hele Post meesleurt in een onrendabele toekomst die eerder vroeg dan laat tot een gigantisch sociaal bloedbad leidt. Sabena is nog niet zo lang geschiedenis!
De NMBS investeert onterecht veel in Wallonië? Een zoveelste onregelmatige transfer? Neen. Het is een idiote politiek die de positie van de NMBS compleet ondermijnt, haar verliezen opstapelt en uiteindelijk in een vrijgemaakte markt zal leiden tot een overname en – vooral in Wallonië – een sociaal slagveld.
De sociale zekerheid zorgt voor scheeftrekkingen in de financiering? Het systeem zadelt vooral de Waalse ziekenhuizen op met kamers vol peperdure en nutteloze apparatuur die hoe dan ook bij een vergrijzende samenleving niet meer betaalbaar is. En het zorgt ervoor dat Wallonië een hoop dokters opleidt die morgen het zout op de patatten niet verdienen. Wie de sociale zekerheid federaal wil houden, zorgt ervoor dat de bejaarde van morgen geen degelijke verzorging meer krijgt.
Een nieuwe strategie
De economische situatie in Wallonië verslecht door het Belgische systeem en is tegelijkertijd rampzalig voor een goed bestuur. Wie dus dat systeem en al zijn scheeftrekkingen in stand houdt, zorgt ervoor dat in Vlaanderen het Vlaams Blok aan invloed wint en in Wallonië de economische situatie blijft achteruitgaan. Dat is een recept voor confrontatie en onbestuurbaarheid. Reden te over dus voor de Vlaamsgezinde fracties in de traditionele partijen om het huidige Belgische systeem in vraag te stellen. Maar dan hebben ze een argumentatie nodig die anders is dan die van het Vlaams Blok.
Het is die argumentatie die de Vlaamse Beweging kan en moet aanreiken. Dat veronderstelt echter een ander discours dan ze vandaag gewoon is. Een dergelijke strategie vraagt om allianties met mensen uit het Vlaamse bedrijfsleven; het vraagt om samenwerking met de universiteiten en de pers. Het vraagt om medestanders in Wallonië, die inzien dat de PS-strategie op termijn dodelijk is voor hun land.
Het vraagt om een nieuw taalgebruik, nieuwe woorden, ander cijfermateriaal, een nieuw soort actievoeren, nieuwe klemtonen, contacten met Vlaamsgezinden binnen alle partijen om ze op eenzelfde lijn te krijgen.
Om een concreet voorstel te doen: dit vraagt bijvoorbeeld om een grootscheepse en goed onderbouwde campagne Wallonië onafhankelijk in Vlaanderen én Wallonië in plaats van de zoveelste affiche met Vlaanderen onafhankelijk.
(Het artikel met de vergelijking tussen Ierland en Wallonië staat in Doorbraak van maart 2004. Het is beschikbaar op http://www.doorbraak.org)
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.