Vlaggen en hun lading

Het is niet omdat evenementen gigantisch zijn en incontournable dat zij zaligmakend worden. Zo de Olympische Spelen. Met een paar miljard hebben we gekeken, zo niet gegaapt. We zijn er net van aan het bekomen, maar tot een zwart gat is het gelukkig niet gekomen. Eerder dan een schouwspel is de voorstelling van de spelen een show geworden. Hebben we te danken aan het overijverig, politiek en economisch exhibitionisme van de Chinese gastheren. Of waren het mega-marktkramers? Televisie als kruiwagen voor mundiaal spam.
Slogans horen bij mega-evenementen als puntje – of zijn het punten – op een i. Een eerste slogan kwam ooit van de Coubertin, de herinrichter van de spelen, zelf: meedoen is belangrijker dan winnen. Intussen is die ballon doorprikt: het gaat dus met name alleen maar om winnen. Je mag trouwens alleen maar meedoen als er enige kans is op winnen.
Modieuzer is de trendy kreet over de wereldbroederschap die uit zo’n globaliserend samenstromen van de mundiale “sportjeugd” zou kunnen opborrelen. Vreemd is het dan toch dat in de openingsceremonie de hoofdschotel bestaat uit een indrukwekkende stoet van naties en nationaliteiten. Je zou er alleen maar naar kijken voor de vlaggen. Daar zijn die aan de gevel van het stadhuis van Antwerpen klein bier tegen. Als pauwen stappen ze op, de geprivilegieerde dragers. Alleen dragen pauwen hun vlag op hun rug. Wij zijn frontaler. Die vlaggen zijn cruciaal. Natuurlijk gaat het om naties en nationaliteiten en landen. Er bestaat nu al wereldmuziek en wereld-“food”, maar een wereldvlag viel daar niet te zien.
Op allerlei gronden voert men nu aan dat naties en nationalisme negatieve begrippen zijn. Natuurlijk heeft nationalisme kwalijke effecten gehad. Zoals overigens elk gebeuren in dit tranendal: religie, ideologie, zelfs wetenschap. Elke activiteit of toestand, hoe nobel ook, heeft het in zijn mars om uit de bol te gaan. Hier zit de wortel van wat kwaad heet. Hevig worden wij aangespoord om universele, geglobaliseerde, macDonaldachtige wereldburgers te worden, alleen nog dansen op het ritme van beurs en oliekoersen en marketing.
Toch blijft, als een paal boven water, het feit dat mensen volk zijn, een natie nodig hebben. Volk betekent wortel. Zonder wortel waai je om.
Grote vraag nu alom hier: waarom halen de “Belgen” zo weinig medailles? Het schijnt dat we veel geld besteden aan sport, wij hebben daar zelfs twee ministers voor. En toch: geen resultaat.
De reden zou kunnen zijn dat Belgen geen volk zijn, geen natie. Dit is nauwelijks een land, want in 1830 kunstmatig met de ijzers gehaald door mogendheden – vooral Engeland en Frankrijk – die elkaar het licht in de ogen niet gunden. België als pleister op het houten been van een Europa op zoek toen naar nieuw evenwicht. België, kunstmatig gefertiliseerd in vitro, d.i. in de dubieuze proefbuis van Europese, vooral Franse diplomaten. Zo word je geen land.
De échte landen halen plakken. Neem Nederland. Wie niet fier is op zijn land, raakt niet op het podium. Goud komt pas tot glans op een borst die trilt op de tonen van een volkslied. Een echt volkslied, dat je bovendien zingt, niet mompelt.
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.