Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

Maak van Wallonië een economisch wonder

15-02-2004 / Dirk Laeremans


Is een onafhankelijk Vlaanderen economisch haalbaar? Zonder twijfel. Maar Wallonië kan niet zonder België. Zonder de financiële geldstroom vanuit Vlaanderen gaat Wallonië economisch dood. Maar is dat wel zo? Waarom zou Wallonië niet kunnen wat Ierland kon? Willen we een economisch kerkhof aan onze zuidergrens? Natuurlijk niet. Daarom moét Wallonië kunnen wat Ierland kon.

Eerst de feiten. Tussen 1990 en 2000 groeide de Ierse economie jaarlijks met meer dan 8%. Het land presteerde daarmee beter dan de fameuze “Aziatische tijgers”. Het BNP per inwoner (wat we jaarlijks totaal produceren en consumeren) groeide van 79% van het Europese gemiddelde tot 116%. In tien jaar tijd groeide Ierland uit van een agrarisch en achtergebleven eiland uit tot een van de sterkste economieën van Europa.

In diezelfde periode daalde het Waalse BNP van 88% tot 78% van het Europese gemiddelde. Wat had Ierland dat Wallonië niet had?

Professorenpraat

Eerst een heel klein stukje macro-economische theorie. Men verwacht dat landen die economisch achterop zijn, een lagere arbeidskost hebben en een hogere kapitaalkost. Investeringen vloeien dus makkelijker naar dat land, en de economie begint sneller te groeien dan het gemiddelde van de markt. “Convergentie” heet dat fenomeen in geleerde kringen, en de economische geschiedenis zit vol voorbeelden: West-Europa na WO II, de Aziatische tijgers in de jaren 1980, Ierland in de jaren 1990, China vandaag en Centraal-Europa morgen.

Maar het hele proces heeft wel een voedingsbodem nodig: een behoorlijke infrastructuur, geschoolde arbeidskrachten, goed draaiende universiteiten, een vrije markt en een investeringsvriendelijk klimaat.

Ierland is ondertussen uitgegroeid tot hét schoolvoorbeeld in Europa. De Europese beslissingmakers krijgen natte dromen bij het idee dat ze dezelfde groeicijfers kunnen neerzetten in de nieuwe EU-landen. Maar waarom zou Wallonië niet kunnen wat Ierland gedaan heeft? Het succesrecept van Dublin is geen groot geheim.

De overheidsfinanciën op orde

Eind jaren 1980 begon Ierland met het opkuisen van de torenhoge schuld. Het land had na de oliecrisissen van de jaren 1970 zwaar geleend in het buitenland en had een van de hoogste belastingen en uitgaven per inwoner. De regering schrapte bijna 25% van de lopende uitgaven, hield de personenbelastingen hoog en betaalde daarmee een groot deel van de schuld af.

Wallonië zit niet op die golflengte. De Waalse overheid blijft geld pompen in verlieslatende bedrijven en probeert op alle mogelijk manieren de “federale” uitgaven (voor 60% betaald door Vlaanderen) de hoogte in te jagen. Wallonië heeft op ongeveer alle domeinen meer overheidsuitgaven per inwoner dan Vlaanderen.

Afspraken met de vakbonden

Ierland is – nog altijd – een van de meest gesyndicaliseerde landen van Europa. En vakbonden waren altijd al goede onderhandelaars. Ze zorgden ervoor dat de Ierse arbeid duurder was dan die in Noord-Ierland en Engeland. In 1987 sloot de regering een akkoord met de vakbondstop om – in ruil voor latere belastingvermindering – de looneisen te matigen en zo de prijs van de arbeid te verlagen. Het zorgde ervoor dat de Ierse loonkost gevoelig daalde tegenover Engeland – de belangrijkste handelspartner.

Een dergelijk akkoord is in Wallonië onmogelijk. Beroepsakkoorden zijn Belgische materie, en dus worden loonsverhogingen nationaal afgesproken. De hoge loonkosten zijn vooral nefast voor Wallonië, dat met haar lagere productiviteit haar eigen bedrijven verstikt en nauwelijks nog buitenlandse investeringen weet aan te trekken. De Oeso (Organisatie voor Europese Samenwerking en Ontwikkeling) heeft er meermaals op gewezen dat de nationale sociale akkoorden een desastreus effect hebben op de Waalse economie.

Daarbovenop komt dat de vakbonden in België (en vooral in Wallonië) voorrang geven aan het behoud van de sociale zekerheid boven werkgelegenheid. Dat houdt weliswaar de transfers naar Wallonië en de welvaartstaat in stand, maar zorgt ervoor dat de arbeidskost – de zogenaamde loonhandicap – tegenover onze buurlanden hoog blijft.

Europese eenmaking en Europese steun

Landen kunnen hun achterstand maar inhalen als ze beschikken over een goede basisinfrastructuur. Het Europese “Cohesiefonds” spendeerde 2,5 miljard euro per jaar in de economieën van Spanje, Ierland, Portugal en Griekenland. Ierland gebruikte zijn jaarlijkse 300 miljoen euro bijzonder goed met investeringen in openbaar vervoer, autosnelwegen, telecominfrastructuur, hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Tegelijkertijd ging in 1992 ook de Europese markt open. Het verlaagde drastisch de kosten van in- en export. Veel belangrijker nog was de Europese richtlijn dat nationale overheden niet meer konden discrimineren in hun overheidsaanbestedingen. Buitenlandse bedrijven hoefden dus niet meer in Frankrijk of Duitsland te investeren om Franse of Duitse opdrachten te krijgen.

De transfers vanuit Vlaanderen zorgen ook voor grote kapitaalstromen richting Wallonië. De 5 miljard euro die Wallonië elk jaar vanuit Vlaanderen krijgt, ligt vijftien keer hoger dan wat Europa in Ierland investeerde. Maar aangezien ze in het kader van de sociale zekerheid en overheidsbestedingen komen, konden en kunnen ze niet gebruikt worden voor investeringen. Het enige effect is dat de levensstandaard in Wallonië kunstmatig verhoogd wordt en dat de medische uitgaven per inwoner tot de hoogste in Europa horen.

Deregulering

Ierland maakte ook – net als de rest van Europa – werk van deregulering. Onzinnige reglementen en handelsbelemmeringen werden geschrapt. Met pijn in het hart gaf de regering Ryanair de toestemming om vanuit Dublin te vliegen. De lagekostenmaatschappij bracht het overheidsbedrijf Aer Lingus tot op het randje van het faillissement (klinkt het bekend?), maar zorgde ervoor dat de gemiddelde tarieven een duikvlucht namen. Het aantal vluchten van en naar Ierland verdrievoudigde binnen vijf jaar. Het inkomen uit toerisme verdubbelde. En ondertussen is Aer Lingus ook weer boven water geraakt.

Alvast dit aspect is er eentje dat de Waalse overheid wél ter harte nam. De uitbouw van Charleroi en Bierset zijn belangrijke steunpilaren van de economische activiteit in die regio’s. De regionale luchthavens zijn – gelukkig voor Wallonië – geen Belgische materie meer.

Buitenlandse investeringen

Begin de jaren ’90 verlaagde de Ierse regering de vennootschapsbelasting tot 10%, het laagste tarief in Europa. Tegelijkertijd begon het een uitermate actieve overheidscampagne om Amerikaanse bedrijven aan te trekken. Met een hooggekwalificeerd personeelsbestand, moderne infrastructuur en competitieve lonen, begon het een doelgerichte verleiding van Amerikaanse multinationals. IBM, Intel, Dell, Apple investeerden gigantische bedragen en creëerden duizenden arbeidsplaatsen. En in hun zog volgden tientallen kleinere goden en toeleveranciers. Uit studies blijkt dat minstens een kwart van de groei in Ierland toe te wijzen is aan die buitenlandse investeringen.

Buitenlandse investeringen in Wallonië bleven in die periode onder het Europees gemiddelde hangen.

In de Belgische constellatie is een algemeen verlaagd belastingstarief uiteraard uitgesloten. Belastingverlaging wordt door de Waalse politici beschouwd als een maatregel die vooral de (Vlaamse) werkgevers ten goede komt en de transfers maar kan verminderen. Dat betekent dat die tranfers behouden blijven, maar het ontneemt Wallonië tegelijkertijd elke kans om een behoorlijke hoeveelheid buitenlandse investeringen aan te trekken of zijn eigen bedrijven te ontwikkelen.

Eén constante factor

Als je economische politiek van de Ierse overheid vergelijkt met de Belgische politiek in Wallonië, is de conclusie niet moeilijk te trekken. Wallonië beschikt potentieel over alle basiselementen om een Iers scenario mogelijk te maken: een geschoolde arbeidsmarkt, goede infrastructuur, een sterk toeristisch potentieel, fysieke ruimte en een locatie in het midden van een gigantisch afzetgebied.

Maar zowat alle maatregelen die de overheid zou moeten nemen om een Iers scenario mogelijk te maken, botsen op de “Belgische realiteit”. Het federaal houden van het economisch beleid, de belastingtarieven en de sociale zekerheid verhinderen elke politiek die een Waalse tijger mogelijk kunnen maken. Alhoewel we ons in Vlaanderen dikwijls druk maken over het Belgische economische beleid, is België voor Wallonië veel nefaster dan voor Vlaanderen.

De transfers naar Wallonië houden in Wallonië weliswaar kunstmatig de levensstandaard hoog, maar het dogmatisch beschermen van deze geldstromen, zorgt er meteen voor dat noch Vlaanderen, noch Wallonië een groeipolitiek kan volgen. En het is net Wallonië dat zich dat het minst kan permitteren.

Volgende maand gaan we in op een aantal politieke consequenties van dit verhaal en wat het effect kan zijn van een onafhankelijk Wallonië.

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.