Burgers en varkens
Burgers en varkens
‘Les bourgeois, c’est comme les cochons. Plus ça devient vieux, plus ça devient bête’ van Jacques Brel heb ik gebruld met de generatiegenoten Paul Goossens en Walter Zinzen in 1968. De spotzin zal voor mij gelden, zeker past hij de geciteerde heren als een handschoen.
Paul Goosssens blijft de mannequin van mei ’68; geen viering, geen programma, geen herdenking ontrolt zich of hij valt uit de kast. De eruptie van revolutiegezindheid is bij deze militant van “alles moet nieuw” al jaren stuk. Ik zou zijn slalom langs rood, rooms en blauw en menige politieke schnabbel nooit hebben willen imiteren. Ontluisterend tot en met. Bij het interview in Terzake naar aanleiding van zijn door de Vlaamse liberalen met belastinggeld betaalde pensioenfeestje in Hertoginnedal zagen de kijkers een icoon zielig schuifelend in zijn stoel.
Walter Zinzen van Zinzen en ander tv-werk had een reputatie. Op zijn oude dag worden zijn nonsens over België en Vlaanderen hilarisch. Zinzen heeft voor een halve eeuw zijn best gedaan om de dekolonisering van Congo mee te verwezenlijken. Hij gaf als idealist les in Lubumbashi en tijdens zijn VRT-jaren had hij geen goed woord voor de Belgische aanwezigheid waarvan iedereen die de moeite doet om voorbij de clichés te kijken weet dat het naast donkere ook zeer lichte kanten had. De Belgen hebben in de tropen een land achtergelaten met goede medische zorgen, berijdbare wegen, degelijk basisonderwijs, de aanzet tot democratie, de koppeling van een dorpseconomie aan de wereldwelvaart. De grootste smeerlap in Congo was Leopold II en die was jaren dood voor de humanere fase begon.
Paul Goossens zegt al jaren dat hij beschaamd is over de Vlaamse uitspattingen bij de splitsing van de Katholieke Universiteit Leuven. Dat was een onaangenaam neveneffect, aldus de leider, en hiervoor ‘mijn oprechte excuses’. Militant Goossens had het voor een linkse samenleving en de Vlaamse verzuchting om erkend, gerespecteerd, gedekoloniseerd van de bourgeois van Brussel en Wallonië te kunnen leven was daarbij onnozel. Zoals hij nu overal en altijd wil laten horen, met daaraan gekoppeld: stomkoppen met jullie BHV, jullie onafhankelijkheidsbeweging, jullie parochialisme, jullie klerikale reflexen. Voor Goossens had het niks uitgemaakt dat Michel Woitrin - wie kent de denker van Le Grand Triangle (Leuven, Waver, Brussel) nog? - geslaagd was in zijn verfransing van Brabant met de sociale kaalslag voor de Vlaamse arbeiders, bedienden en sukkelaars als gevolg.
De kaviaarlinkse Zinzen klept in dezelfde hoek. Wat is hij toch hemelsblij in BHV te wonen en laat het ongesplitst, in godsnaam, want zo kan hij stemmen voor knappe venten, die Franstalige politici in dat kiesdistrict die ’s morgens beginnen met de Brabançonne en toonbeelden zijn van neokolonialisme in de Rand.
Paul Goossens en Walter Zinzen zijn ooit opgegroeid als katholieken; het seminarie of een missionarissenbestaan was hen niet onwelgevallig. Katholieken en oud-katholieken torsen een zware last: de erfzonde. De Afrikaanse bisschop Augustinus van Hippo (354-430) overtuigde de kerk van de erfzonde en de aangeboren slechtheid van de wereld en sindsdien zit de katholica met piekeraars als het genoemde duo. Hun erfzonde is dat zij “de mensheid minnen en de mensen haten”. Vooral Vlamingen, want dat zijn ondermensen.
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.