Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Dossiers Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

Nieuw hellend vlak van Ronquières? Corridor Wallo-Brux tegenover slagader Vlaandere-Brussel

26-06-2008 / JaCa


Is het nu echt gemeend of blufpoker? Het eerste misschien, het laatste zeker. De Franstaligen gooien de idee van een corridor tussen Wallonië en Brussel in de communautaire weegschaal, in de vorm van een landstrook van 3 op 2 km door het Zoniënwoud over Sint-Genesius-Rode. Een fata morgana, hooguit goed voor een toeristische attractie zoals het hellend vlak van Ronquières dat destijds de as Brussel-Charleroi moet smeden. De corridor Wallo-Brux is economisch een spatadertje, vergeleken met de slagader tussen Brussel en Vlaanderen.

De as Wallo-Brux is een bij uitstek politiek concept dat totaal los staat van de sociaal-economische realiteit. De as loopt dood ergens in de weiden van Waals Brabant. Brussel is de jongste decennia in versneld tempo aan een sociaal-economische vervlechting ten noorden bezig, en raakt steeds meer geconnecteerd met Antwerpen.

Geografen in Noord en Zuid zijn het er reeds lang over eens: het stadsgewest Brussel vormt sociaal-economisch een veel grote geheel dan de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Professor Van Hecke (KU Leuven) telt in totaal 62 gemeenten bij het Brussels stadsgewest. Het overgrote deel ligt in Vlaanderen, slechts een handvol in Waals Brabant. Op Van Heckes kaart van Belgische stadsgewesten raken de stadsgewesten Brussel, Mechelen en Antwerpen elkaar. Oostwaarts ligt Leuven zeer nabij. Bezuiden van Brussel gaapt er een kloof met Charleroi en Namen. Die kloof wordt enkel gevuld met pendelaars die in Brussel de kost verdienen, maar van een stedelijke band is geen sprake.

Ruim tien jaar geleden lanceerden geografen het concept Vlaamse Ruit: het stedelijke kerngebied tussen Brussel, Gent, Antwerpen en Leuven. Het was één van de hoekstenen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. De Vlaamse regering haalde zich hiermee de banbliksem van het Brusselse gewest over het hoofd. “Vlaamse Ruit = Vlaams imperialisme”, klonk het kort en krachtig. Vandaag raakt het concept Vlaamse Ruit internationaal steeds meer ingeburgerd. In Nederland werd onlangs een internationale ranking gemaakt van stadsgewesten. Daarin prijkt de Vlaamse Ruit op een mooie vijfde plaats, achter Randstad-Holland.

De as Brussel-Antwerpen vormt de ruggengraat van de Vlaamse Ruit. Nieuwe projecten versterken die as: de nieuwe spoorverbinding langs de E19 tussen Antwerpen en Zaventem, de geplande omvorming van de A12 tot volwaardige autostrade, de inplanting van nieuwe bedrijventerreinen langs de A12, de sterke economische ontwikkeling van Mechelen (het snelst groeiend arrondissement in Vlaanderen), de plannen voor grote shoppingcentra aan de Noordrand, de geplande ontwikkeling van het vormingsstation Schaarbeek, de plannen voor een nieuwe Europese wijk in het Noorden van Brussel, de ontwikkeling van het Gewestelijk Expressnet (GEN) met verbindingen tot diep in Vlaanderen.

Tegelijk is de economische elite in Brussel de voorbije tien jaar aanzienlijk vervlaamst. De Franstalige toplaag die zetelde in het pluche van de vele filialen van de holding Generale Maatschapij en de GBL kreeg zware klappen, na de ontrafeling van de holdings. Nieuwe Franse aandeelhouders hebben de pil wat verguld, maar staan vaak veel meer open voor de Vlaamse economische elite. In vele filialen van multinationals in Brussel maken thans Vlamingen de dienst uit. Het gaat zo ver dat Franstalige middens – politiek en media – de hoge werkloosheid in Brussel onder Nederlandsonkundigen vaak toeschrijven aan discriminatie door Vlaamse personeelsmanagers.

Olivier Willocx, de gedelegeerd bestuurder de Brusselse werkgeversorganisatie Beci, stelde enige tijd geleden in The Economist onomwonden dat het Brusselse bedrijfsleven sterk Vlaams kleurt. Zelf zet hij in op een versterkte relatie met Antwerpen. Willockx is Franstalig, maar perfect tweetalig en met deels Vlaamse roots. Beci werkt ook goed samen met Voka-Halle-Vilvoorde, om meer Brusselse werklozen naar de Vlaamse rand en inzonderheid de luchthaven in Zaventem te brengen.

In zoverre politiek ten dienst moet staan van de mensen, en die mensen vooral een job en een inkomen betrachten, ligt een versterking van de band Brussel-Vlaanderen meer voor de hand dan de creatie van de corridor Wallo-Brux. Overigens hoeven de Franstaligen niets te vrezen: de vrije doorgang naar Brussel zal altijd gegarandeerd blijven, zolang we tot de Europese Unie behoren. En we kennen ook niet meteen een dossier waarbij Vlaanderen infrastructuurverbindingen tussen Brussel en Wallonië tegenhoudt.

Omgekeerd daarentegen maakt Brussel de link met Vlaanderen niet steeds makkelijk, zoals recent bleek in dossiers als het GEN en de spoorontsluiting van Zaventem. Om maar te zwijgen van het Brussels taboe op het rondmaken van de Ring aan de zuidkant van Brussel, nochtans één van de meest nuttige openbare werken in de strijd tegen de files. Zal Vlaanderen dan toch maar een corridor vragen door Brussel?

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.