Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Dossiers Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

Twee keer elf juli. Er is meer te herdenken dan Groeninge

26-06-2008 / Mark Gevaert


De Vlamingen delen met de Zwitsers de eer dat ze het verst in de geschiedenis teruggrijpen voor het vieren van hun nationale feestdag. Het Eedverbond dat de Zwitserse kernkantons Uri, Schwyz en Unterwalden sloten is van begin augustus 1291, ruim tien jaar voor onze slag der Gulden Sporen. De Zwitsers hadden overigens ook hun Groeninge, op 1315 namen ze in Morgarten de maat van het leger dat de Habsburgers, hun theoretische soevereinen, op hen hadden afgestuurd om hen tot de orde te roepen. Zowel de Vlamingen als de Zwitsers hebben voor het behalen van die verbazende overwinning in hoofdzaak een beroep gedaan op gemeentelijke milities, op het gewone volk met andere woorden. Niet te verwonderen dat de Zwitsers met de Vlamingen het respect delen voor nationale symbolen, al mag bij ons het wat infantiele gezwaai met de leeuwenvlag op sportmanifestaties gerust drastisch worden ingeperkt.

In hun Alpenvesting zijn de Zwitsers er zonder al te veel moeite in geslaagd hun onafhankelijkheid door de eeuwen te vrijwaren, meer zelfs het éne kanton na het andere sloot zich bij het Eedgenootschap aan. Bij de Vlamingen lagen de zaken helemaal anders, hun strategisch gelegen vlakke land was een te aanlokkelijke oorlogsbuit voor machtiger buren, Frankrijk in de eerste plaats. Vlaanderen lag te allen tijde open voor de vijand, en de legers van ambachtslui en boeren konden het niet eeuwig bolwerken tegen ridderlegers. De laatste keer dat er Vlaamse milities op het slagveld stonden was op 7 augustus 1479 in Guinegate in Noord-Frankrijk, waar ze aartshertog Maximiliaan hielpen om de erfenis van zijn echtgenote Maria van Bourgondië te vrijwaren. Net als de Zwitserse kantons waren de gewesten van de zuidelijke Nederlanden inmiddels aaneengesloten, maar dat gebeurde niet uit eigen vrije wil, zoals bij de Zwitsers, maar door het spel van huwelijken en erfenissen. Vanaf de zestiende eeuw kenden de zuidelijke Nederlanden nog enkel vreemde heersers, de cultuurtaal van de meerderheid van het volk verkommerde, en verviel tot een samenraapsel van dialecten, een probleem dat ons nu nog parten speelt.

Om al die redenen is het verleidelijk om Kortrijk als niet meer dan een glorierijk intermezzo te beschouwen, op de euforie van de zegepraal volgden immers binnen de drie jaar de pijnlijke nederlaag van Pevelenberg en het rampzalige vredesverdrag met Frankrijk van Athis-sur-Orge. Redenen genoeg voor de Britse historicus David Chandler om de Guldensporenslag wel een belangrijk militair belang toe te kennen, maar geen politiek. En die stelling wordt vandaag de dag door nogal wat Vlamingen al te gemakkelijk overgenomen. Elf juli is meegenomen omdat het voor velen een bijkomende vrije dag is geworden, maar de herinnering aan Kortrijk wordt overgelaten aan nostalgische, wereldvreemde dromers, die nog te veel vastzitten aan Hendrik Conscience en zijn tijdgenoten. De critici vergeten dat Filips de Schone, een van de machtigste vorsten van het ogenblik, er na Kortrijk niet in is geslaagd om Vlaanderen in te palmen, en aan het Franse kroondomein toe te voegen. Vlaanderen is daardoor het enige leen van de Franse kroon gebleven dat na verloop van tijd niet is opgegaan in de Franse staat. Althans niet in zijn geheel, grote stukken grondgebied zijn sedert het begin van de veertiende eeuw voor altijd verloren gegaan. Wat daarbij opvalt is dat de inwoners van Frans-Vlaanderen ook vandaag nog meestal complexlozer omgaan met hun Vlaamse identiteit dan hun neven aan de andere kant van de grens.

Ruim vierhonderd jaar na Kortrijk, toevallig of niet alweer op een elfde juli, mocht de Franse koning Lodewijk XIV na de verloren slag bij Oudenaarde zijn dromen opbergen om de zuidelijke Nederlanden, het graafschap Vlaanderen voorop, in hun geheel aan te hechten. Oudenaarde had wat dat betreft een gevolg op langere termijn dat vergelijkbaar is met dat van Kortrijk. De driehonderdste verjaardag van de slag wordt dit jaar uitgebreid gevierd in Oudenaarde. Een prijzenswaardig initiatief, ook al omdat er nauwelijks herinneringen aan de slag zijn overgebleven in Oudenaarde en omgeving. Er is een laan langs de Schelde die genoemd is naar de Engelse veldheer Marlborough, er zijn de drie zogenoemde kapiteinskapelletjes die het terrein van de slag afbakenen en er is een schilderij van de slag in het stadhuis.

Oudenaarde is niet alleen in het geval. Er is bij ons bedroevend weinig belangstelling voor de sites van de veldslagen die mee ons verleden hebben bepaald, met uitzondering natuurlijk van die uit de twee wereldoorlogen. Welk een mooi circuit zou niet kunnen worden uitgetekend langs de slagvelden die zich lang voor de grote oorlogen van de twintigste eeuw hebben afgespeeld in de twee Vlaamse provincies en in Frans-Vlaanderen : Cassel (tot drie keer toe in 1071, in 1328 en in 1677), Axpoele (1128), Damme (1213), Bouvines (1214), Veurne (1297), Kortrijk (1302), Pevelenberg (1304), Beverhoutsveld (1382), Westrozebeke (1382), Gavere (1453), Guinegate (ook drie keer in 1479, 1513 en 1537), Nieuwpoort (1600), Kallo (1638) en Oudenaarde (1708). Kan de Vlaamse overheid daar echt niets aan doen?

Reacties

Reageer op dit artikel
Men moet toch een datum als Vlaamse Feestdag nemen, je kan toch niet elke Vlaamse overwinning, in het verleden als feestdag nemen, 't zou schoon zijn! Akoord, er zijn andere data (misschien betere) die als Vlaamse Feestdag kunnen dienen. Maar de gew
Lees verder...

Terug naar de artikelenlijst.