Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Dossiers Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

Sportief pampermodel levert geen resultaat op

15-12-2003 / Jean-Marie Dedecker


Topsport heeft een maatschappelijke betekenis. Ze vergroot de eigenwaarde van een land en zijn volk. Succes in de sport leidt tot collectieve euforie en zelfbewustzijn. Een gezond chauvinisme, niet opgebouwd door veldslagen, maar gebaseerd op prestaties die mondiaal naar waarde worden geschat. Of er nu een landgenoot de Nobelprijs wint, een Oscar, of Olympisch goud, elk succes straalt af op de bevolking die heel even trots is. Ook de politiek pronkt met die successen, niet het minst in de sport. Het is niet meer dan logisch dat de politiek dan ook in sport investeert.

Sport wordt voor politici pas belangrijk voor de camera’s op de tribunes van Roland Garros of Wimbledon. In realiteit is het de appendix van een ministerschap met een jaarbudget dat even groot is als het dagbudget van de minister van volksgezondheid. Vlaanderen telde de jongste vijf jaar meer sportministers dan topsporters (Martens, Sauwens, Anciaux, Vanhengel en Keulen).

Met de kandidatuur voor de Olympische Spelen van 2016 is sport nu terecht op het politiek podium geplaatst en wordt de overheid verplicht in te topsport investeren. De toewijzing gebeurt immers enkel aan landen die ook op de sportieve wereldkaart staan. Iets wat naast een paar tennismeisjes momenteel niet het geval is.

De nieuw ontdekte olympische propagandamachine moet echter leiden tot een zuivere beleidsvisie en geen sinterklaaspolitiek. Het lijkt veeleer op eigen promotie dan op een gestructureerd beleid.

Kerktorenhelden

Johan Vande Lanotte beschikt als minister van de overheidsbedrijven over de jackpot van de Lotto en krijgt zelf 1 125 000 euro toegestopt voor zijn eigen Oostendse baskettempel. Vlaams minister Renaat Landuyt gaat nu zelf kustmarathons organiseren en investeert gul in de wielersport waar er geen nood is aan sponsors. We zijn sterk in het creëren van helden rond de kerktoren.

Premier Verhofstadt is een sportfanaat en zorgt er terecht voor dat het jeugdproject van Robert Van De Walle jaarlijks 1 250 000 euro toegestopt krijgt. Een vijftigtal topsporters een basisinkomen geven zoals in het project Topsport Vlaanderen is een nobel initiatief. In realiteit heeft dit pampermodel quasi geen resultaat opgeleverd en eisen sommige atleten straks nog een butler om hun zweet af te vegen.

De sterke hand van judokampioen Rober Van De Walle zou hier soelaas kunnen brengen. Nu lijkt het meer op pappen en nathouden. Topsport is onvoorwaardelijke inzet en overgave. Het eist een gestructureerde machiavellistische aanpak zonder diplomatie of compromissen. Jammer dat onze volksaard één grote compromis is. Bloso en BOIC worden al twintig jaar geleid door dezelfde mensen en de spaarpot van het BOIC is een half miljard oude Belgische frankskes groot. Ze zullen het nu investeren in nieuwe ... bureaus aan de Boechoutlaan in Brussel.

Wetten en subsidies komen meestal tot stand op basis van het supportershart van een machtig minister. Voor ploegsporters zoals basketters en voetballers gelden andere regels en nuances. Voor een profvoetballer met een jaarinkomen van bijvoorbeeld 300 000 euro (meer regel dan uitzondering) volstaat het dat zijn club op jaarbasis 3 542,04 euro stort. Hijzelf betaalt 1 824,12 euro aan sociale bijdragen en de voetbalkous is af, om het even hoeveel miljoenen hij ook verdient!

De rest is kassa: de fiscus laat hem zelfs toe een groot gedeelte van zijn inkomsten in een pensioensfonds te storten die hij afhaalt aan 20% belastingen op zijn 35ste , de pensioengerechtigde leeftijd voor een profvoetballer. Andere atleten moeten lopen tot hun vijfenzestigste! Met dergelijke sociale lasten zou elke gewone bedrijfsleider jubelen en zijn personeelsbestand verdubbelen.

Buitenlandse balspelers op onze nationale loonlijst zijn nog beter af. Zij leveren achttien procent van hun loon in aan de fiscus en de andere 82 procent steken ze netto op zak. Moest dezelfde voorkeurbehandeling in zeg maar de horeca gelden dan is de roep om ‘eigen volk eerst’ niet uit de lucht. De fiscale voetbalwet werd in de jaren 1980 door toenmalig minister van Sociale Zaken, Jean–Luc Dehaene, op punt gesteld om de leegloop van Belgische spelers (zoals Jan Ceulemans) naar grote buitenlandse clubs tegen te gaan. De voorzet van de gunstmaatregel voor buitenlanders werd vorig jaar door Johan Vande Lanotte gegeven.

Splitsing

De splitsing van de sportbonden in een Vlaamse en Waalse vleugel is een zegen geweest voor de sport. Pariteit en kwaliteit gaan immers slechts zelden samen. Vier op de vijf naoorlogse olympische medailles hingen om de hals van Vlaamse atleten. In alle gesplitste federaties is de samenwerking tussen de Vlaamse en Waalse vleugel in de overkoepelende Belgische bond een probleem. Gescheiden leven van tafel en bed en dan voor internationale selecties het ideale koppel moeten vormen is contraproductief. De criteria om deel uit te maken van de internationale sportbonden zijn meestal beperkt tot erkenning door de eigen minister van sport en door het plaatselijke olympische comité. Sportministers hebben we in overschot. Het is alleen nog wachten op een Vlaamse Federatie die voor de rechter haar erkenning door het BOIC afdwingt om dan als Vlaamse natie deel te nemen aan internationale competities (Wales, Schotland,...)

Ik geloof niet meer in het argument dat een splitsing ons zwakker zal maken. Niet het aantal inwoners is belangrijk, wel het systeem. Als we samen blijven, zijn we geen Amerika met 275 miljoen of Frankrijk met zestig miljoen inwoners. Als we samen blijven zijn we met tien miljoen, anders zijn we in Vlaanderen met zes miljoen.

Het systeem is belangrijk, niet het aantal. Er zijn vijf miljoen Denen. De spelers zaten op het strand toen ze op de radio hoorden dat ze mochten meedoen aan het EK voetbal in 1992 en ze werden Europees kampioen. De Joegoslavische deelrepublieken scoren beter dan het geheel. Het stikt hier van de Serviërs en de Kroaten op de voetbalvelden. Zij zijn ook met niet veel, maar er is een traditie en een systeem.

Het aantal inwoners is onbelangrijk. Hetzelfde geldt nu voor Australië: 18 miljoen inwoners en 64 Olympische medailles in Syndey. De oudere lezers herinneren zich wellicht dat Tsjecho-Slowakije ooit één land was. Het haalde in Barcelona zeven medailles. De Tsjechen en Slowaken konden het niet goed met elkaar vinden en scheidden. Resultaat vier jaar later in Atlanta: Slowakije haalde nog drie medailles, Tsjechië elf. Waarom zou dat bij ons niet kunnen?

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.