Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Dossiers Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

De notionele interestaftrek: politiek geniaal, economisch wanstaltig

23-04-2008 / Dirk Laeremans


Dat de federale regering zonder een behoorlijke staatshervorming haar financiën nooit drijvende kan houden, hadden we al eerder betoogd. En stilaan begint het door te dringen dat de ijsberg gevaarlijk dichtbij begint te komen.

En dus zoekt Leterme – waarom zoekt die man altijd de moeilijkheden op? – koortsachtig naar meer inkomsten en minder uitgaven. Terwijl de interesten stijgen en “de mensen” schreeuwen om wat meer koopkracht om hun stookolie te kunnen betalen, is dat alleszins geen sinecure. En veel gebouwen en pensioenfondsen schieten er ook al niet meer over.

De scherpste pijlen worden nu dus gericht op de notionele interestaftrek die Verhofstadt in 2005 uitdokterde. Sommigen krijgen al natte dromen als ze uitrekenen hoeveel het zal “opbrengen” als dit weer afgeschaft wordt. Di Rupo heeft al uitgerekend hoeveel keren hij het treinverkeer gratis kan maken. Of om het met andere woorden te zeggen: voor je aan iets raakt wat pijn doet aan mijn mensen, schaf je dit beter af. Een betere verdediging tegen besparingen is nauwelijks in te denken.

Geen aantrekkingskracht meer

Maar wat is nu dat notioneel geval? Even wat achtergrond. Om investeringen aan te trekken, moet je als land iets te bieden hebben dat anderen niet hebben. Met hoge belastingen en hoge loonkosten loop je niet echt ver. Tot 2003 had België “coördinatiecentra”, een achterpoortje om internationale bedrijven een boel belastingvoordeel toe te stoppen. Op bevel van Europa moesten die toe, en dus verloor België wat Ernst & Young het ‘belangrijkste onderdeel van zijn aantrekkingskracht op buitenlandse investeringen’ noemt.

In een normaal land, zou je verwachten dat je de belastingen verlaagt als je je aantrekkingskracht verliest. Niet zo in België natuurlijk. Hier is ‘belastingsverlaging voor bedrijven’ zoiets als vloeken in de kerk. Er mocht echter wel een nieuw speeltje komen, maar het moest vooral ingewikkeld zijn en niet lijken op belastingverlaging.

Verhofstadt raapte dan maar een idee op dat Reynders al in 2004 lanceerde: de notionele interestaftrek. Technisch gezien is het een aftrekpost voor investeerders die kapitaal inbrengen in hun onderneming in plaats van dat te gaan lenen. In realiteit is het een behoorlijk fiscaal cadeautje voor bedrijven met goede adviseurs en een aansporing om in ons land te investeren.

Politieke spitstechnologie

Het was een geniale zet voor Verhofstadt, want het voldeed aan alle voorwaarden om politiek aanvaardbaar te zijn. Het was geen verlaging van het belastingtarief, want dat kon uiteraard niet. Het kon “sociaal” verkocht worden, want het versterkt het eigen vermogen van bedrijven en vermijdt dus faillissementen en ontslagen. Het is technisch nogal ingewikkeld en dus onmogelijk uit te leggen of aan te vallen. Bovendien kon niemand, op een paar honderd miljoen, na vooraf voorspellen wat het allemaal zou kosten of opbrengen. En dus kon iedereen er zijn eigen budgetten op plakken. Daarenboven gaf het Verhofstadt de ideale springplank om rond te reizen, de wereld te verbazen met een nieuwe Belgische specialiteit (naast het bier en de chocolade) en zichzelf internationaal te promoten. En als kers op de taart was het een zet die moeilijk door een volgende regering kon worden teruggedraaid. Want welk modderfiguur slaat een land als de ene regering investeringen aantrekt met de belofte op aftrekposten en de volgende regering die dan afschaft? Dit is overduidelijk politieke spitstechnologie van de bovenste plank.

Spitstechnologie

Tot daar de voordelen. De nadelen zijn anders ook niet mis. Het ding is een fiscaal gedrocht, want vol onduidelijkheden, achterpoortjes en uitzonderingen, waar zelfs dure fiscale adviseurs nog moeilijk weg mee weten, laat staan de belastingdiensten. Het systeem is ook een open uitnodiging voor fiscale spitstechnologie, waar de grens tussen “misbruik” en “optimalisatie” niet altijd even duidelijk is. Hoeveel het grapje de overheid kost of opbrengt, is ook al onduidelijk, want het is nog maar in voege vanaf begin 2006, en het duurt in ons land altijd een paar jaar voor we weten hoeveel de belastingen opbrengen. En wie eraan begint te timmeren om de gaten te stoppen, die kan – een beetje zoals Microsoft – elke drie weken een nieuwe versie op de markt brengen.

We zitten dus met een regelgeving waarvan niemand eigenlijk weet hoeveel ze kost, wat ze opbrengt, hoe ze waterdicht kan gemaakt worden en die de hele fiscale spaghetti in dit land nog een graadje ingewikkelder maakt. En uiteraard kan ze niet afgeschaft worden, want dan staat ons land in het buitenland en Verhofstadt in het binnenland met de billen bloot.

Een politicus met wat gezond verstand zou pleiten om het hele boeltje af te schaffen samen met een rist andere aftrekposten en de belastingvoeten voor iedereen te verlagen. Iedereen gelijk voor de fiscus. Maar dat zou uiteraard té simpel zijn in een land waar het absurde een deugd op zichzelf genoemd wordt.

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.