Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Dossiers Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

Niemand houdt van verliezers en zelfbeklagers

23-04-2008 / Ludo Abicht


In De Standaard van 10 april lazen we het nog maar eens van een ander: de Nederlandse journalist Bart Dirks, die vijf jaar lang correspondent van De Volkskrant in Brussel geweest is, verwijt het ‘enge Vlaams-nationalisme’ (niet duidelijk of die uitdrukking van Dirks zelf of van de krant komt) telkens opnieuw met het roerende maar nu toch wel achterhaalde verhaal te komen aandraven van de Franstalige officieren en de arme Vlaamse drommels aan de IJzer. Alsof er intussen in en voor Vlaanderen niets ten goede zou zijn veranderd.

Zijn niet onterechte bemerking herinnert me aan de klassieke Jiddisje mop van de oude jood die ‘s nachts in een vol treincoupé luidop zat te jammeren over zijn vrouw Sarah die zo ziek was, zijn dochter Hannele die uitging met een christen en zijn zaak die met failliet bedreigd werd. Tot de medereizigers het beu werden en hem zegden: ‘Maar Mosje, je vrouw is toch reeds lang genezen, je dochter heeft de relatie met die Pool afgebroken en je zaak floreert al maandenlang opnieuw?’ Waarop hij hen gelijk geeft, om een paar minuten later even luid te herbeginnen: ‘Oy, mijn vrouw Sara was toch zo ziek! enz.’

Je had, anders gezegd, van een Nederlander die nota bene in Brussel gewoond heeft een tikkeltje meer nuance kunnen verwachten, maar soit. Deze milde ontgoocheling over het gebrek aan empathie vanwege een Dietse stambroeder neemt niet weg dat het inderdaad tijd wordt de oude treurgewaden af te leggen en een beetje assertiever te gaan leven. Je kan ook zeggen: meer vanzelfsprekend en complexloos.

Betekent dit dat het oude onrecht nooit geschied is, zoals bepaalde neobelgicisten suggereren, mensen die blijkbaar de hele Vlaamse emancipatiestrijd willen reduceren tot de carrièristische rancunes van lagere ambtenaren en kleinburgers in de Vlaamse provincies van het jonge België (Reynebeau, Het klauwen van de leeuw, Van Halewyck, 1995)? Uiteraard wel, want hoe kan je anders het ontstaan en de groei van de Vlaamse Beweging verklaren, maar dat is het probleem niet.

De vergelijking tussen de sociaaleconomische, culturele en politieke situatie van de Vlamingen aan het einde van de 19e eeuw en vandaag moet, lijkt me toch, volstaan om eens en voorgoed met dit geritualiseerde klagen op te houden. Op de eerste plaats omdat het verlammend en verengend werkt en dus niet goed is voor de volksgezondheid. Het werkt verlammend, want het versterkt de antipolitieke reflex die ons al meer dan genoeg schade berokkend heeft, met het ironische gevolg (en de klassieke Griekse ironie heeft iets tragisch, denk maar aan de arme koning Oedipus die zó zijn best gedaan had voor land, vrouw en kinderen) dat we nu de eigen Vlaamse instellingen en politici met bijna dezelfde achterdocht, plantrekkerij en achterpoortjes benaderen zoals we deden met de overheidsinstanties in het verleden.

Wie denkt dat dit normaal is of zelfs een voorbeeld van een kritische instelling moet maar eventjes in een beschaafd buitenland gaan wonen om te merken dat een dergelijke vorm van wantrouwen allesbehalve getuigt van een volwassen omgang met de polis waarvan men toch zo graag volwaardig burger beweerde te willen worden. Er is namelijk een hemelsbreed verschil tussen een geëngageerde kritiek die lekker scherp mag zijn en een reeks vooroordelen die elke participatie al bij voorbaat als “postjesjagerij” of verraad bestempelen. En het is verengend, omdat op termijn niemand nog naar ons luistert behalve wijzelf en dat met toenemende tegenzin.

De Engelse uitdrukking Nobody likes a loser is wellicht harteloos, maar in ieder geval accuraat. Wie – zoals die oude jood op de trein – blijft klagen, verliest elke sympathie en kan uiteindelijk niet langer met de buitenwereld communiceren. Want de anderen voelen dat je alleen nog maar met je eigen echte en vermeende problemen bezig bent of alles daartoe herleidt. Terwijl we weten dat elke belangrijke vooruitgang van onze Nederlandse cultuur in Noord en Zuid het gevolg geweest is van een zo breed mogelijke confrontatie met mensen, ideeën, kunstwerken, technieken en leefgewoonten uit alle streken van Europa en de wereld. Niet omdat de eigen cultuurgoederen minderwaardig zouden zijn, maar omdat ze altijd al de vrucht geweest zijn van een levendige interactie met andere culturen.

Op de tweede plaats is zo’n klaaghouding gewoon niet efficiënt. Zo kan je nog honderd keer het droevige lot beschrijven van de arme Vlaamse gepensioneerde die in een Brussels ziekenhuis geen Nederlandstalige arts of verpleegkundige vindt die hem als een gelijkwaardige behandelt, wat toch de essentie van een menswaardige ziekenzorg is, of op het onrecht wijzen dat jonggetrouwde koppels in de Rand aangedaan wordt wanneer ze in hun eigen streek grond willen kopen et j’en passe.

We hebben echter onlangs gezien dat één resolutie in een parlementaire commissie, waar de Vlamingen doodbedaard gebruik maken van hun numerieke en dus democratische meerderheid, wél efficiënt kan zijn. Wie dat gebaar als een oorlogsverklaring opvat, zegt daarmee impliciet dat hij of zij moeite heeft met de democratische spelregels, anders gezegd met de realiteit van een Vlaamse gemeenschap die zich langzamerhand begint te gedragen als om het even welke andere democratische gemeenschap elders ter wereld. In het Britse Engels antwoordt men op zoiets beschaafd: ‘too bad’! Wegens het theatrale effect verkies ik de brutalere Amerikaanse versie daarvan: ‘tough shit’!

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.