Te veel verkiezingen? Een mythe

Op 7 november 1971 werd ik nog wat te jong bevonden om van dichtbij mee te mogen werken aan de verkiezingsuitzending van wat toen nog de BRT was. Van 1974 tot en met 2004, heb ik alle verkiezingsuitzendingen van dichtbij kunnen meemaken, tussen 1999 en 2004 werd mijn medewerking zelfs nog op prijs gesteld, hoewel ik de VRT al sinds eind 1998 verlaten had. In die tijd heb ik de commentaren van politici en politologen beluisterd en gemerkt hoe de resultaten uiteindelijk vertaald werden in machtsstructuren, die lang niet altijd een adequate vertaling waren van de uitspraken van de kiezer.
Ik heb ook van dichtbij de opeenvolgende staatshervormingen meegemaakt, en de moeizame realisatie van de gewestvorming. Eerst kwam er een cultuurparlement, daarna een Vlaamse raad dat niet echt een parlement was, omdat de verkozenen in die tijd twee petjes ophadden, ze waren immers verkozen in federale verkiezingen, en als kamerlid of senator gedetacheerd naar het Vlaamse parlement (in de beginjaren de Vlaamse raad). Ik heb talloze malen de klachten aanhoord van de Vlaamse parlementsleden en partijen over die gang van zaken, en gemerkt hoezeer hun verlangen uitging naar aparte verkiezingen voor een eigen Vlaams parlement. Was het niet ongehoord dat we al sinds juni 1979 onze afgevaardigden voor het Europese parlement mochten aanwijzen, maar niet die voor ons eigen Vlaamse parlement.
Moeder van alle verkiezingen
In 1995 kwamen er voor het eerst tegelijk verkiezingen voor het federale parlement en de gewestelijke parlementen. In juni 1999 kregen we zelfs de moeder van alle verkiezingen toen de kiezers moesten op hetzelfde ogenblik vertegenwoordigers aanwijzen voor het federale parlement, voor de diverse gewestelijke parlementen en voor het Europese parlement. Omdat de federale parlementen voortaan vier jaar zouden aanblijven en de gewestelijke vijf, zou het in normale omstandigheden duren tot in 2019 eer de federale en de gewestelijke verkiezingen nog eens in hetzelfde jaar zouden worden gehouden. Sinds die memorabele dag in 1999, waarop het voor de kiezers vrijwel onmogelijk was om een goed overzicht te behouden, zijn er nog maar twee federale (2003 en 2007) en één gewestelijke (2004) gehouden, maar toch wordt er geregeld gemopperd dat er destijds een verkeerde keuze is gemaakt, en dat de verkiezingen elkaar veel te snel opvolgen. Ik kan begrijpen dat jonge politici dit discours voeren, maar doorgewinterde parlementsleden en ervaren journalisten zouden toch beter moeten weten.
Verrassend
Ik heb alle verkiezingen van de afgelopen vier decennia eens naast elkaar gelegd, en het resultaat is verrassend. In twee van de vier decennia (de jaren negentig en het eerste decennium van het tweede millennium) waren er telkens vijf verkiezingsjaren, in de jaren zeventig zes en in de jaren tachtig zelfs zeven. Ik houd geen rekening met het feit dat er in de jaren 1972 en 1981 agglomeratie- en federatieraadsverkiezingen waren, en dat we in 1994 tweemaal naar de stembus zijn geweest.
We hebben gekozen voor een federale staatsstructuur, en het is nu eenmaal zo dat er in landen met een dergelijke structuur meer verkiezingen zijn dan in unitaire landen. In Duitsland bijvoorbeeld liggen de verkiezingen voor de deelstaatparlementen al sinds de oprichting van de Bondsrepubliek, kort na de Tweede Wereldoorlog, in de tijd gespreid, waardoor er bijna elk jaar wel ergens verkiezingen zijn.
Verkiezingsangst
De klachten bij ons over de snelle opeenvolging van de verkiezingen slaan dan ook nergens op. Waar komen ze dan vandaan? Ongetwijfeld zijn ze voor het grootste deel ingegeven door een bijna permanente verkiezingskoorts en verkiezingsangst bij de partijen, die wordt gevoed door een overvloed aan weinig terzake doende opiniepeilingen, en door de onmacht om het nationale en het gewestelijke niveau uit elkaar te houden en behoorlijk in te vullen. Vroeger waren er ook politici die overstapten van de Kamer naar de Senaat, maar daar kon niemand zich aan storen, Kamer en Senaat vulden mekaar immers aan.
Veel minder normaal is het dat iemand geacht wordt vijf jaar lang de gewestelijke materies te bestuderen het plots op nationaal vlak gaat proberen, om korte tijd later weer regionale ambities te krijgen. Ons politieke systeem is zo al behoorlijk gecompliceerd, door die overstappen wordt het allemaal nog wat moeilijker voor de kiezer.
Duidelijkheid
Het is in het belang zijn van iedereen, van kiezers en van politici dat er voor meer duidelijk wordt gekozen, en die duidelijkheid wordt geschaad door het laten samenvallen van federale en gewestelijke verkiezingen.
De voorstanders van een bundeling van de verkiezingen lijken ook geen rekening te houden met twee zaken. In de eerste plaats zijn er hoe dan ook om de vijf jaar Europese verkiezingen (die nu samenvallen met de gewestelijke verkiezingen). Daarbij komt dat de gewestelijke parlementen niet vervroegd kunnen worden ontbonden, en een langere levensduur hebben dan het nationale parlement. Wil men altijd de verkiezingen laten samenvallen, dan moet hieraan worden gesleuteld.
TABEL VERKIEZINGSJAREN: klik op de Bijlage
Extra informatie
Bijlage:
(32 Kb)
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.