Autonomie is een “zwoegwoord”. Dood de Vlaamse ouders!

Het lijkt wel of Sigmund Freud de laatste vijfentwintig jaar in Vlaanderen gewoond heeft en hier meer dan voldoende stof gevonden heeft voor zijn “onbehagen in de cultuur”. Op grond van zijn ervaringen in het burgerlijke Wenen van het fin de siècle was hij onder meer tot de conclusie gekomen dat ‘wie niet tijdig zijn ouders doodt, nooit echt volwassen zal worden’. Dat een dergelijke maatregel onvermijdelijk en vanzelfsprekend is, hoeft hier niet langer bewezen te worden, want hoe kan je nu als een zelfstandig persoon beslissingen nemen, wanneer de verantwoordelijkheid daarvoor nog altijd door gezagsfiguren, bijvoorbeeld je ouders, wordt opgenomen?
Autonomie is niet zozeer een werkwoord, zoals de liefde van Alfons Van Steenwegen, maar eerder een zwoegwoord: wie autonoom wil zijn moet er de nodige moeite voor doen, en hier wringt het door mama regelmatig gepoetste schoentje. ‘Wij willen wel héél graag onafhankelijk zijn en ons eigen ding doen, maar we huiveren toch wel een beetje voor de risico’s die daaraan verbonden zijn.’
Wie hier een geheim verband bevroedt tussen het streven naar een grotere politieke autonomie voor het land en de jammerlijke koudwatervrees waaraan de bloem van onze jeugd lijdt, heeft gelijk. Indien onze hedendaagse jeugd, het product van volgens internationale normen één van de beste onderwijssystemen ter wereld, niet in staat blijkt complexloos de vleugels uit te slaan en op eigen benen te staan, moet men zich wel pijnlijke vragen stellen over het moment waarop deze langs alle kanten beschermde jongeren het roer van de Vlaamse staat zullen overnemen.
Rampzalig comfort
Het lijkt me elementair dat iemand die niet in staat is in redelijke mate voor zichzelf te zorgen, nooit de zorg voor een grotere groep zou mogen toevertrouwd krijgen. En de enige manier om zelfstandig te worden is de praktijk.
Het is voor hun en onze gezamenlijke toekomst gewoon rampzalig, dat de meerderheid van de Vlaamse studenten hoger onderwijs vrijwillig verkiest thuis te blijven, op comfortabele bus- of tramafstand van hun universiteit of hogeschool. Het gevolg is een archipel van kleine en grote provinciale instituten, waar mensen uit dezelfde streek elkaar nog eens ontmoeten en elkanders provincialisme versterken.
De studenten horen het vertrouwde dialect, dat het moeiteloos haalt van het Standaardnederlands van de docenten (ter informatie: docenten die geen behoorlijk Nederlands praten of godbetere het een of ander verkavelingsvlaams hanteren, horen gewoon niet thuis in het onderwijs) dat alleen nog wordt bovengehaald voor de mondelinge examens.
Maar Confucius wist het al, en Wittgenstein heeft het later nog eens benadrukt: wie een gebrekkige, verarmde of incorrecte taal gebruikt, is gedoemd gebrekkig, geestelijk verarmd en intellectueel incorrect te denken en te handelen. En dat men niet afkome (conjunctief) met excuses als bijvoorbeeld het succes van lokale liedjeszangers of het stuntelige taalgebruik van heel wat journalisten en gasten op radio of televisie, want die zangers kunnen in het beste geval de rijkdom van de Nederlandse dialecten bewaren en zelfs verrijken, en dat is uitstekend, maar ze mogen niet misbruikt worden als promotoren van een omgangstaal die meestal helemaal niet zo rijk is. En de mediamensen weten dat ze nu eenmaal rolmodellen zijn, ook op dat gebied. Wanneer ze dit opvoedende aspect van hun taak ontkennen en het als oubollig en achterhaald beschouwen, zijn ze niet langer geloofwaardig. Want zijn ze er niet als de kippen bij om het achterlijke Vlaamse volkje keer op keer op zijn xenofobie en gebrek aan openheid te wijzen en het tot grotere openheid en verdraagzaamheid op te voeden?
Er is echter nog meer aan de hand: deze provinciaal bevolkte instellingen van hoger onderwijs kunnen onmogelijk dezelfde functie vervullen als de opkomende steden uit de middeleeuwen, waar mensen van allerlei horizonten elkaar ontmoetten en de ontwikkeling van de cultuur het gevolg was van de uitwisseling tussen poorters en marktkramers, stedelijke scribenten en uitheemse rondtrekkende geleerden.Meer nog: door de akelige gewoonte van de jongeren, vrijdagmiddag zo vroeg mogelijk met de rugzak vol vuil wasgoed naar huis te trekken wordt de kans gemist op een vruchtbare uitwisseling van ideeën en gewoonten tijdens het weekend, wanneer men eindelijk over iets meer tijd beschikt voor datgene wat op lange termijn belangrijker is dan de punten voor de tests of examens.
Nee, na nauwelijks vierenhalf dagen komen de studenten opnieuw onder invloed van het milieu waaraan ze zich dringend moeten onttrekken als ze ooit volwassen willen worden.
Een door de Vlaamse overheid gesteund project dat letterlijk álle studenten hoger onderwijs de kans zou geven, alleen of met meerderen zelfstandig te wonen, zou een wezenlijke stap naar de emancipatie van de natie zijn.
De volgende stap naar persoonlijke en collectieve zelfstandigheid is de kans die nu bijna elke student die dat wil heeft, een tijd lang in het buitenland te studeren. Of het nu gaat om Wallonië, Duitsland, Schotland of Polen, doet er niet echt toe. Op voorwaarde dat de jongeren er alleen voor komen te staan en niet een soort eiland vormen waar ze met andere Vlamingen veilig het vertrouwde nest kunnen nabouwen, een beetje als hotelgasten in altijd hetzelfde type hotel of als toeristen in Spanje die de diepvrieskoffer in hun kampeerwagen vol biefstuk en friet van thuis geladen hebben (ik vind hier helaas niets uit).
Vlaanderen wil autonoom worden? Laat ons dan zo vlug mogelijk beginnen met diegenen die heel binnenkort hoe dan ook een leidende of prominente plaats in dat land zullen innemen. Eerst als zij er zelf klaar voor zijn kunnen we nog eens zinvol over de invulling van deze autonomie praten, maar zover zijn we nog lang niet.Reacties
Terug naar de artikelenlijst.