Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Dossiers Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

Vlaanderen Europese topregio in 2020: ‘Sois riche , paie et tais toi’

03-02-2008 / Wilfried Dewachter (politoloog KUL)


‘Onbegrijpelijk! Na zes maanden ‘Non, non et non’ en vernederingen geven de Vlaamse toponderhandelaars zonder slag of stoot én zonder enige compensatie van de Franstalige toponderhandelaars art. 99 van de Grondwet op. Dat artikel legt voor de federale regering de pariteit vast, met uitzondering van de eerste minister.

De huidige regering Verhofstadt III telt zeven Franstaligen tegenover zeven Vlamingen, nu evenwel de eerste minister inbegrepen. De Franstaligen zullen niet nalaten te eisen dat Guy Verhofstadt ‘boven de Gemeenschappen’ moet staan. Dat blijkt nu al uit de reacties op zijn Verslag aan Koning Albert II. Dus betekent dus zes Vlamingen tegenover zeven Franstaligen.

Maar ook Yves Leterme, minister van Hervorming der Instellingen, zal daartoe worden opgeroepen. Men heeft het overigens al zes maanden geroepen, hiermee voorbijgaand aan art. 42 van de Grondwet dat nog altijd verkondigt dat elke volksvertegenwoordiger de ganse ‘Natie vertegenwoordigt en niet enkel degenen die hen hebben verkozen’. (Omwille van art. 42 is een federale kieskring eigenlijk overbodig – WD) Tussenstand in deze aftrekoefening: vijf N tegenover zeven F .

In tegenstelling tot de Vlaamse toponderhandelaars blijven de partijvoorzitters Di Rupo en Milquet buiten de regering. Dat maakt dan vijf tegenover 7 + 2 = 9. Dat is vandaag de Belgische uitwerking van de pariteit in de regering, ondanks de Grondwet.

Het valt nog moeilijker te vatten als de twee topfiguren van de “formele democratie” in België, de Kamervoorzitter en de eerste minister, eensluidend een wending willen geven aan het BHV-dossier. Als een meerderheid in Kamer en Senaat, in uitvoering van het arrest van het Grondwettelijk Hof, BHV splitst in de lijn van 7 november ‘en de regering moet dat tekenen, dan moet er overleg komen. Anders valt de regering’, zegt Herman Van Rompuy (De Standaard, 5 jan.). Guy Verhofstadt spreekt in zijn Verslag (Nota voor de staatshervorming, p. 15) zelfs van de ‘uitvoerende macht’ in dat verband. Dus: de ‘uitvoerende macht’ (5 tegenover 7 + 2 – WD) zou een permanent veto hebben op de meerderheidsbeslissingen van een democratisch verkozen federaal parlement? Wie schreef er ook alweer ooit teksten over “burgerdemocratie”?

Democratisch deficit

Deze toppolitici pleiten ook voor het opnieuw laten samenvallen van de federale en de gewestelijke verkiezingen. Alles op één hoop! En dit terwijl ze – meestal schuchtere – bevoegdheidsverschuivingen naar de gewesten en de gemeenschappen voorstellen als ‘grote stappen in de staatshervorming’. Dat houdt geen steek. Alle federale staten hebben aparte en/of tussentijdse verkiezingen. Met reden: het samenvoegen van alle verkiezingen tast de zichtbaarheid van de deelstaten aan en ondermijnt dus de beslissingskracht van de verkiezingen, met als gevolg een fikse daling van het gezag van de verkozen mandatarissen. Zo kan men des te gemakkelijker vanuit de partijen de voogdij over Vlaanderen en Wallonië vestigen en handhaven. Dat is ook de uitgesproken bedoeling van die samenvoeging .

Zo te zien lijkt niet Vlaanderen, maar Franstalig België de dragende en drijvende kracht van dit land te zijn, waarbij Vlaamse toppolitici braaf en onderdanig moeten gaan bedelen om wat bevoegdheden en beleidsmiddelen. Een goede onderhandelingstactiek lijkt dat niet meteen.

Hoe hard het bij sommige Franstalige toppolitici ook moge aankomen, hier moet duidelijk worden onderstreept (maar al te dikwijls wordt het tegenovergestelde gesuggereerd) dat het niét de fout is van de Vlamingen dat het in bepaalde delen van Wallonië niet zo goed gaat, meer bepaald in die delen die decennia lang voor de PS en de FGTB hebben gestemd. Verantwoordelijk hiervoor is onder meer het “nationale beleid” van “la bruxo belge”, want de interprofessionele akkoorden waren toch nationaal? Of niet misschien?

De tijd dat een pacificatie-overleg met wederzijds geven en nemen een “oplossing” bood, is definitief voorbij. De blokkering van de politieke situatie sinds 10 juni 2007 moet zelfs de hardnekkigste “ziende blinde” overtuigd hebben dat “l’élite bruxo-belge” niet zoekt naar werkbare oplossingen, maar naar het behoud van haar bevoorrechte posities en middelen. Wat ze dan nog het behoud van de “solidariteit” durft heten.

Eenvoudige meerderheid

Als België effectief en performant wil opereren in de 21e eeuw, kan het niet anders dan de hele juridische federale bovenbouw – zoals pariteit en zesvoudige meerderheid, alarmbel en veto’s .... – overboord kippen. Wil men België in stand houden en doeltreffend én leuk om er te wonen en te leven, dan moet politiek België werken met de middelen van de 21e eeuw. Met een echte besluitvaardige democratie, een snelle besluitvorming op basis van die democratie en de zakelijke analyses van de maatschappelijke situaties, zonder taboes (wat men in managementtermen “evidence based policy” noemt). Dat betekent dat men op federaal vlak gewoon de eenvoudige meerderheid laat spelen. Het valt echter te vrezen dat dit een fikse omwenteling is die voor “ l’élite bruxo-belge” oneindig veel te ver gaat. Die elite heeft echter de andere wegen zelf versperd .

Revolte

De “revolte” van de Vlaamse kiezers op 10 juni 2007 moet begrepen worden als een gevolg van die vele inbreuken op de democratie, op de federale loyauteit en op de talrijke vervormingen en overtredingen van de Grondwet. De Frans-Duitse zender Arte heeft die uitslag mooi samengevat: ‘Tweederde van de Vlamingen hebben gekozen voor partijen die uitgesproken meer autonomie voorstaan, ja zelfs de onafhankelijkheid’. Tien juni is een “revolte” omdat de Vlaamse kiezers tegen de macht van de particratie in gezegd hebben wat ze te zeggen hadden. Ze hebben een hoge mate van zelfstandig denken en handelen te zien gegeven. De leiders van de Vlaamse partijen – en ook andere gevestigde apparaten – zouden daar beter stevig rekening mee houden.

Al die onbegrijpelijke dingen van de jongste maanden leiden tot het besluit dat er voor Vlaanderen maar één steunpunt meer overblijft: het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering. Meer concreet: die politici die als eerste, in 2009 al, opnieuw geconfronteerd worden met de Vlaamse kiezers. En meer in het bijzonder dan vooral de auteurs én de dragers van de vijf “Vlaamse” resoluties. Zij moeten de eerste uitvoerders ervan zijn. Maar zowel de Waalse als de Vlaamse regering worden heel ver van de staatshervorming gehouden. In 2005 observeerde Didier Reynders al: ‘Het zijn de twee partijvoorzitters Di Rupo en Milquet die de Waalse en de Franse Gemeenschapsregering leiden en de ministers voeren beslissingen uit’. Di Rupo en Milquet hebben vandaag tot overmaat van verlatenheid van Wallonië niet voor Wallonië gekozen, maar voor Franstalig Brussel. De Vlaamse regering staat dus heel alleen voor de uitdaging.

Legitiem

Het is volkomen legitiem én democratisch voor de Vlaamse regering om zeer constructief, durvend en dynamisch vooruit te lopen op bevoegdheden en handelswijzen, die – zo valt te vrezen – pas dan zullen volgen als de Vlaamse regering ze effectief uitoefent .

Tegen die achtergrond moét politiek Vlaanderen wel durvend en ambitieus zijn. ‘Vlaanderen Europese topregio in 2020’, zoals het pas opnieuw gelanceerde Vlaanderen in Actie (ViA) stelt, is in dubbel opzicht onvoldoende: 2020 is al te laat en “regio” is veel te zwak .

De Vlaamse maatschappij kan niet wachten tot 2020. Er zijn voldoende voorbeelden van beleidsopgaven die veel eerder moeten worden aangepakt. De vergrijzing begint financieel volop door te wegen vanaf 2013. De globalisering, ook met haar nare gevolgen, wacht niet tot Elio Di Rupo ook formeel “président du parti et du pays” is geworden. Het Nederlands moet nu in België én in de Europese Unie volop worden verdedigd. Onze taal heeft niet een Sarkozy, een la France impériale en la Francophonie om zich aan op te trekken. En ten slotte kan de democratie in Vlaanderen maar gevrijwaard worden als Vlaanderen uit zijn status van regio breekt.

In Europa betekenen de regio’s niets. Hooguit een statistische opdeling, naast vele andere. Het doel regio, zelfs topregio vooropstellen of handhaven, is Vlaanderen uit de politieke kaart van de 21e eeuw gommen, verkleuteren en verdwijnen. Montesquieu stelde al vast: ‘zonder een regering kan een maatschappij niet overleven’.

Vlaanderen is nu ontegensprekelijk een maatschappij. Of Vlaanderen existentieel zal voortbestaan hangt van de huidige beslissingen af . Of men het nu graag hoort of niet in het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering, Montesquieu heeft absoluut gelijk. Als Vlaanderen geen staat wordt in het Europa van de euro, van de Europese Unie, van Schengen e.a., dan verdwijnt Vlaanderen in de 21e eeuw.

Daarover wordt dezer dagen beslist ... Wie daarvoor verantwoordelijk tekent, bepaalt het uitzicht van de 21e eeuw in Vlaanderen .

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.