Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Dossiers Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

Bettina en Bert (Vrije Tribune): niet met de rug naar elkaar, wel met open blik

03-02-2008 / Bert Anciaux en Bettina Geysen


In de politiek is vandaag al meteen geschiedenis. De recente ontwikkelingen in de regeringsvorming volgen elkaar dermate snel op, dat elke uitspraak hierover kan achterhaald zijn op het ogenblik dat de tekst gedrukt en wel bij de lezer op de schoot ligt. Het heeft dan ook weinig zin om in deze bijdrage in te gaan op de huidige stand van zaken. Wel willen wij uitzoomen en het geheel in ogenschouw nemen.

Het eerste dat opvalt, is het wantrouwen tussen de diverse partners. Wanneer partijen elkaar niet vertrouwen en vrezen dat de gemaakte afspraken niet zullen nageleefd worden, komt er geen akkoord. Het is het lot van elke onderhandeling. Dit is zo in handelstransacties en bij familiale geschillen. Waarom zouden politieke akkoorden hierop een uitzondering vormen?

Het is dus begrijpelijk dat vanuit Franstalige hoek elk communautair akkoord met het nodige argwaan wordt bekeken. Wensten die Vlamingen in de jaren 1970 niet gewoon wat culturele autonomie om vervolgens het federalisme volop te propageren, terwijl ze vandaag - de separatisten uitgezonderd - voluit voor confederalisme gaan? Wat is de echte drijfveer van de Vlamingen? Waar ligt het eindpunt van al deze bevoegdheidsoverdrachten? Leidt stap A niet onvermijdelijk tot stap B? Het zorgt ervoor dat Franstalige politici amper nog het verschil (willen) zien tussen een confederaal België en het separatisme. Steeds luider klinkt de vraag: is er nog een gemeenschappelijk project?

Het is inderdaad hoog tijd om daar duidelijkheid in te scheppen. Dat kan alleen maar door in een open dialoog van gemeenschap tot gemeenschap af te spreken wat we gezamenlijk doen en dus ook wat we beter apart kunnen regelen. Duidelijkheid ontstaat door te kiezen voor een confederaal model gebaseerd op rechtvaardigheid, verantwoordelijkheid en solidariteit. Een minimale sokkel van confederale bevoegdheden staat daarvoor garant. Het duidelijk poneren van zo’n confederalisme kan naar de andere zijde van de taalgrens wel enig geruststellend signaal uitsturen: confederalisme is gericht op samenwerking vanuit eigenheid. Het betekent in alle geval dat er ook samen nog zaken geregeld kunnen worden.

Bovenal vormt dit model het logische gevolg van onze eerdere staatshervormingen. Meer nog: er is reeds een grondwetsartikel dat de omvorming naar een confederatie legitimeert. Tijdens de grondwetswijziging van 1993 werd immers art. 35 ingevoegd waarbij expliciet werd bepaald dat er een nieuw artikel in titel III van de grondwet kan worden ingevoerd om de exclusieve federale bevoegdheden vast te leggen. Van dan af zullen de gemeenschappen en gewesten bevoegd zijn voor al het overige. Deze ‘residuaire bevoegdheden’ zijn cruciaal bij het totstandkomen van een confederatie. In zo’n staatsvorm spreekt men immers net af wat men wel gezamenlijk wil regelen, zodat de afspraken tot die punten beperkt blijven.

Sinds voornoemde staatshervorming bleef het echter opmerkelijk stil rond deze bepaling. Buiten enkele juridisch-wetenschappelijke artikels en de proeve van Vlaamse Grondwet gebeurde er politiek zeer weinig. Enkele weken geleden nam SPIRIT daarom het initiatief om tot een invulling van artikel 35 te komen.

In ons confederaal plan bestaat België uit twee grote deelstaten; Vlaanderen en Wallonië, een kleiner Duitstalig deelgebied en het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. Daarbij behoudt de overkoepelende, confederale overheid nog de volgende bevoegdheden: 1. het toezicht op de gemeenschappelijke hoofdstad Brussel en in het bijzonder de naleving van de taalwetten. 2. de confederale buitenlandse betrekkingen. 3. de landsverdediging.

4. het muntbeleid en de confederale belastingen. 5. de inkomensvervangende sociale zekerheid, zoals pensioenen en werkloosheidsuitkeringen. 6. de confederale transportassen: grote snelwegen maar ook gasbevoorrading en elektriciteitsvoorziening. 7. een aantal kleinere, praktische bevoegdheden zoals nationaliteitsverwerving en indexberekening.

Het confederaal project van SPIRIT is geen verhaal van egoïsme of het zich afzetten tegen de ander. Het is een verhaal van samenwerking, dialoog en solidariteit. Zo kiezen wij er uitdrukkelijk voor om de financiering van de sociale zekerheid confederaal te houden en ook de bevoegdheid voor de inkomensvervangende sociale zekerheid samen in te vullen.

Maar er moet ook ruimte blijven om eigen accenten te leggen. De kostencompenserende sociale zekerheid, zoals de ziektezorg, kan beter door de deelstaten beheerd worden. Zij moeten ook de ruimte krijgen om extra's toe te voegen, waartegenover eigen bijdragen of belastingen zullen staan. Vlaanderen en Wallonië kunnen hier een voorbeeld geven van “eenheid in verscheidenheid”. De problematiek van ieder landsdeel vergt immers een eigen aanpak. De hogere werkloosheid in Wallonië enerzijds en de snellere vergrijzing in Vlaanderen anderzijds vereisen specifieke maatregelen. We herhalen dat een verdergaande staatshervorming geen sociale afbraak met zich mee mag brengen.

De Vlaams-Waalse confederatie waar SPIRIT naar streeft, heeft alvast het voordeel van de duidelijkheid. Niet de splitsing van België is het einddoel. Niet het opzeggen van de solidariteit met Wallonië. Maar ook niet het huidig immobilisme en het vastklampen aan verouderde Belgische structuren.

Bettina Geysen, voorzitter SPIRIT Bert Anciaux, Vlaams minister www.gemeenschapisleuk.be

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.