Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Dossiers Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

Bij een boedelscheiding hoeven we Manneken Pis beslist niét

03-02-2008 / Johan Sanctorum


Het is altijd een grote dada van de neoliberale denktanks in onze contreien geweest: België is het “logistieke centrum van Europa”; we danken onze welvaart aan het constante gedaver van tientonners die vanuit het oosten richting Zeebrugge bollen, of aan stoere binken die tussen Duinkerken en Rotterdam hun boterhammen opeten, liefst de voeten op het dashboard. Al bij al een oubollig waanidee dat stamt uit het tijdperk van de industriële revolutie, en helemaal niet gericht op economische renovatie. Het idee dat België een stuk autosnelweg is tussen Frankrijk en Nederland, zit echter diep in het collectief bewustzijn gebakken: het maakt deel uit van een laag zelfbeeld, gekoesterd door een natie die zich vereenzelvigd heeft met de rol van transitzone. Daaraan ligt een historische conditionering ten grondslag die ouder is dan het Belgische feit zelf: we zijn, sinds de absorptie van het machtige graafschap Vlaanderen door de Habsburgers rond 1500, door de geostrategische berekeningen van de grootmachten gedegradeerd tot restgebied en “bufferzone”. Van zowat elke Europese oorlog werden we het slagveld, en bij elk vredesverdrag kwam onze intermediaire bufferstatus weer op de proppen. Ook de Belgische natie van na 1830 was, ondanks alle patriottistische rethoriek, internationaal uitdrukkelijk bestemd als neutrale, intermediaire staat om het status-quo in Europa te behouden. Wanneer in 1914 het Duitse leger, op weg naar de confrontatie met erfvijand Frankrijk, de vrije doortocht door deze “neutrale” zone geweigerd wordt, ondervonden we pas aan de lijve wat het betekent om de voetveeg van Europa te zijn. Gedurende vier jaar wordt in een uithoek van West-Vlaanderen geschoten op alles wat beweegt, waarna men in Versailles de Europese grenzen hertekende, met weeral België in de rol van ... “bufferzone”. De kwestie is nu, dat het aloude “slagveld van Europa” zijn intermediaire status in toenemende mate heeft veredeld tot dat van internationaal knooppunt en wegrestaurant. Daartoe werd - wellicht bewust - een non-identiteit gecultiveerd, die vooral draait rond de amusant-onnozele reputatie van de “surrealistische” natie waar niets werkt en waar het er ook niet toe doet, het Manneken-Pis-gehalte, de chocola en het bier. “Wereldburgers” als Karel De Gucht zijn grote gangmakers van dit Belgische praline-imago. De constante opendeurpolitiek die door deze operettenatie verder op alle vlakken wordt beoefend (een chaotisch migratiebeleid, het herbergen van allerlei internationale instellingen, de Euro-Brussel-cultus ...) lijkt er wel op gericht om deze non-identiteit consequent in stand te houden. Het gevaar is nu reëel dat dit “Belgische complex” geruisloos wordt overgedragen op een Vlaamse emancipatiegedachte die al te veel door een naïeve neoliberale entrepreneurslogica is ingegeven. De Vlaamse Beweging is immers méér dan een taalstrijd, méér dan een economische vuist, zelfs meer dan een revanchistische contestatie van de Belgische constructie. Ze is in de breedste zin, een poging om de intermediaire, neutrale status, waarin we door de logica van de Europese geschiedenis werden gemanoeuvreerd, te doorbreken. Dat kan alleen via het rechtzetten van historische dwalingen, maar daar mag het niet bij blijven. De institutionele discussie is ondergeschikt aan de vraag wie we zijn en welke collectieve grondrechten we als zelfstandige natie willen waarborgen aan de burger. Een preconstitutionele discussie dus. En daar hoort een essentieel luik bij rond levenskwaliteit, ecologie en mobiliteit - een discussie die verder gaat dan boekhouderslogica en het zelfgenoegzame geneuzel rond ‘goed bestuur’. Willen we echt de asfaltstrook aan de Noordzee blijven? Of toch maar liever gaan voor de kweek van “stille” hersencellen in de 21ste-eeuwse kenniseconomie, die ook aandacht heeft voor cultuurkwaliteit in de non-profitsfeer? Misschien mogen we Wallonië en Brussel dat achterhaalde imago van transitzone dan wel gunnen, inclusief de bijbehorende hilarische Manneken-Pis-iconen, die letterlijk een dwergmentaliteit weerspiegelen.

Het leidt ten slotte ook naar de vraag rond de Nederlandse perceptie van heel het Belgische ontbindingsproces. Uit een enquête van het Hollandse gratiskrantje DAG zou blijken dat zowat 45% van onze noorderburen een annexatie met Vlaanderen wel ziet zitten. De reden is echter tamelijk ontluisterend: Vlamingen zijn “leuk”, “gezellig”, “zachtaardig”, “niet al te snugger”, en ... je kan er lekker eten. De Bourgondische aard, weet u wel. Kijk, het vooruitzicht om met onze vrienden benoorden de Moerdijk te herenigen, omwille van het hoge frituurgehalte en een Antwerpse kathedraal waar je aan de achterzijde kan urineren, beneemt me alle lust om deze denkpiste verder te zetten. Ik wil niet scheiden van het Belgische surrealisme, om de aboriginal van een soort Nederlandse Cocagne-provincie te worden. Dat leidt gegarandeerd ooit weer tot frustraties en heisa, en dat hebben we al genoeg gehad.

Johan Sanctorum

www.visionair-belgie.be

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.