Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Dossiers Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

Het ware cordon ligt rond Vlaanderen

02-12-2003 / Paul Belien

Een schuchtere poging van CD&V om het cordon sanitaire rond het Vlaams Blok ter bespreking te stellen, kwam de partij op een reprimande te staan vanwege het ACW, de rest van links Vlaanderen en onze francofone “landgenoten”. Verbaast u dat?

De Edmund Burke-Stichting (EBS), een groep deftige Nederlanders, houdt in een recente uitgave “De crisis in Nederland – en het conservatieve antwoord” een pleidooi voor een gedifferentieerd stelsel van sociale zekerheid. ‘Immigranten zouden voor de eerste tien jaar van hun aanwezigheid niet in aanmerking moeten komen voor uitkeringen en de meeste subsidies’, zo schrijven ze. Volgens de EBS moet de aantrekkelijkheid van Nederland voor een verkeerd soort migranten – diegenen die komen om uit het handje te eten – verminderen.

De VLD’ers Patrik Vankrunkelsven en Sven Gatz hielden onlangs een pleidooi voor de invoering van wat zij noemen ‘een Tobintaks op IQ’. Het gaat om een belasting die ‘bedrijven moeten betalen als ze werknemers uit een ontwikkelingsland willen engageren’.

Beide ideeën – de gedifferentieerde sociale zekerheid en de belasting op niet-Europese werknemers – werden vorige maand door een ex-werknemer van het Vlaams Blok (VB) gehekeld als ‘onaanvaardbare’ en ‘zuiver discriminerende’ voorstellen uit het zogenaamde “Zeventigpuntenplan”.

Hij noemde dit plan verwerpelijk, omwille van drie voorstellen. Behalve de twee hoger genoemde is er ook het voorstel om een migrant die in een bepaalde sector werkt en zijn job verliest te verbieden om daarna werk te krijgen in een andere sector. Dat laatste voorstel heb ik elders nog niet zien verdedigen, maar ik sluit niet uit dat Vankrunkelsven of Gatz er ooit een “progressieve” draai aan geven door te stellen dat migranten die bij ons industriële vaardigheden hebben aangeleerd en die vervolgens werkloos worden wegens de delokalisatie van hun industriële sector naar hun ontwikkelingsland van herkomst, aangemoedigd moeten worden om ginds hun landgenoten te gaan opleiden.

Ook het Vlaams Blok stelt immers voor om migranten die terugkeren een premie te geven of een startkapitaal om in hun vaderland een bedrijf te beginnen. Een “oprotpremie,” zo noemt progressief Vlaanderen dit. Noem het echter een “Tobinpremie” en het is OK.

Hypocrisie

De hele discussie over de inhoud van het zeventigpuntenplan raakt de essentie niet van het cordon sanitaire. Het gaat niet om de inhoud. Gaat het om de verpakking? ‘Is het echt waar dat het (terecht gehate) cordon sanitaire uitsluitend op het conto van de tegenstanders te schrijven valt?’, zo vraagt Jaak Peeters in het vorige nummer van Doorbraak.

Hij verwijt het Vlaams Blok dat het ‘zich niet wil laten beminnen’. Ik denk dat ik hem begrijp. Het is de dikwijls rauwe, ruwe stijl van de partij die Peeters tegen de borst stoot: de drang om te scoren via provocaties; de misvatting dat men alleen gehoord wordt wanneer men roept en brult; “de strategie van de spanning”, zoals Filip Dewinter dat pleegt te noemen. Die ergert mij eveneens.

Maar ook daarvoor bestaan er excuses. Het Vlaams Blok wordt door het establishment als vijand beschouwd. Men zwijgt het liefst dood, ten eerste omdat het secessionistisch is, ten tweede omdat sommige journalisten niet alleen links zijn (wat hun recht is), maar bovendien oneerlijk (wat een onrecht is). Het Vlaams Blok merkt dat het alleen de media haalt als het provoceert en dus geeft het de media wat die vragen.

Zo werkt het Vlaams Blok vaak zelf mee aan het tot stand komen van de self-fulfilling prophecy van de oneerlijke linkse media. Maar reeds Alcibiades in het oude Griekenland zei dat het voor een politicus beter is dat men slecht over hem vertelt dan dat men helemaal niet over hem praat.

Overigens merkt Guido Tastenhoye in het december-nummer van Secessie terecht op dat heel wat hypocrisie gemoeid is met het misbaar dat men maakt over Vlaams Blok-uitlatingen. Sommige politici hebben over migranten veel straffere taal gesproken zonder dat er rond hen of hun partij een cordon sanitaire is gelegd.

Bedreiging

Zo voerde de Franstalige liberaal Roger Nols in 1991 campagne met de tekst: ‘Met de C-130 waren ze er al geweest’. Zo verklaarde zijn partijgenoot Armand De Decker, nu voorzitter van de Senaat, dat men in Marokko de infrastructuur moest creëren om de migranten terug te lokken. Zo zei PS-kopstuk Philippe Moureaux in 1992 dat men ‘met al de aanwezige vreemdelingen al genoeg problemen heeft, zodat er niet nog eens zoveel moeten bijkomen’. Zo wilde Marc Verwilghen de nationaliteit afpakken van “nieuwe Belgen” die zich hier als “criminele cowboys” gedragen. Zo betwijfelde Guy Verhofstadt in zijn Tweede Burgermanifest de inpasbaarheid van de islam in onze samenleving. Zo stelde Louis Tobback: ‘De vluchtelingen die hier als meeuwen op een stort komen zitten omdat dat makkelijker is dan thuis te vissen of de grond te verbouwen, dienen systematisch uitgewezen te worden’...

Het zijn uitspraken die men het VB zou aanrekenen. De vraag is waarom men rond hogergenoemde politici geen cordon legde? Het antwoord heeft te maken met de houding tegenover België.

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.