Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Dossiers Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

Noodtoestand Pakistan is koren op molen van islamfundamentalisten

26-11-2007 / Dirk Rochtus


De revolte in Myanmar (Birma) drukte ons met de neus op de feiten: in vele ontwikkelingslanden en drempellanden trekken de militairen nog aan de touwtjes. Maar in een wereld waarin de grenzen vervagen, komt het meer en meer tot botsingen tussen de geüniformeerde machthebbers en de ontluikende krachten van de democratie.

In Turkije zien we hoe de politieke islam de generaals via het stemhokje in het nauw drijft. In Myanmar moet er echter nog veel bloed vloeien vooraleer de democratie er ooit de bovenhand haalt. En hoe zit het in Pakistan waar generaal Pervez Musharraf, die in oktober 1999 een staatsgreep pleegde, zich enkele weken geleden liet herverkiezen als president.

Noodtoestand

Uit vrees voor de nakende uitspraak van het Opperste Gerechtshof dat hij niet tegelijk president en opperbevelhebber van het leger zou kunnen zijn, riep Musharraf begin november 2007 de noodtoestand uit. Zogezegd om de strijd tegen het islamistisch terrorisme te kunnen opvoeren. De president-in-uniform is de man van “order and law”, een bondgenoot van het Westen, meer bepaald van Amerika. Na 11 september haalden de VSA de banden weer aan met het militaire regime in Islamabad. Pakistan diende de Amerikanen als een platform om de Taliban in Afghanistan van de macht te verdrijven.

Toch lijken Westerse waarden er niet goed te gedijen. Staat Pakistan niet aangeschreven als “broeihaard van moslimterrorisme” en “de hel op aarde voor de vrouw” zoals de Nederlandse journaliste Betsy Udink schrijft?

Wat is de rol van de militairen in het krachtenspel van democratie, secularisme, moslimfundamentalisme? Toen de Indiërs in 1947 het koloniale juk van de Britten van zich afwierpen, creëerden ze India en Pakistan als het respectievelijke thuisland voor overwegend hindoes en moslims. India trok vooral de ambtenaren naar zich toe, terwijl Pakistan de bestemming werd van vooral de islamitische officieren van het Brits-Indiase leger.

Pakistan, de belichaming van de idee van de moslimnatie, kwam zo in de greep van een officierenkorps dat zichzelf als de voorhoede van de modernisering beschouwde. Het is geen toeval dat Pervez Musharraf bewondering koestert voor Mustafa Kemal Atatürk, die Turkije de moderne tijd binnenloodste. De rol van het leger in Pakistan is echter omstreden. Het Westen ziet Musharraf als een bolwerk tegen het islamfundamentalisme, ook al vragen Westerse politici zich af of hij wel genoeg onderneemt tegen de Taliban die zich schuilhouden in het grensgebied met Afghanistan?

Verschillende politicologen gaan nog verder in hun kritiek: door de islamfundamentalisten overdreven als een bedreiging af te schilderen zou Musharraf zich in de ogen van het Westen als onmisbaar willen voordoen. Indien de democratie vrij spel had, zou echter moeten blijken dat de politieke islam niet zoveel voorstelt. Onvoldoende in ieder geval om de macht over te nemen. De keuze zou dus niet zijn tussen militairen en moslimfundamentalisten, maar tussen militair regime en democratie. Bovendien zouden het leger en de geheime dienst ISI geïnfiltreerd zijn door islamitische ijveraars. Dat islamisten het via hun tentakels in militaire kringen voor het zeggen zouden krijgen in de atoommacht Pakistan, is de grootst denkbare nachtmerrie voor het Westen.

Het klopt dat de militairen de fundamentalisten in Afghanistan ondersteunden, toen die nog streden tegen de Sovjetbezetting, en hen in Kasjmir als stoottroepen gebruikten tegen de Indiase erfvijand. Zo zouden ze een islamitische Frankenstein hebben gebaard waartegen ze zich nu meer en meer beginnen af te zetten, zoals de bestorming van de Rode Moskee in juli 2007 aantoonde. Maar die steun zou meer te maken hebben gehad met geopolitieke belangen dan met ideologische sympathie.

De Pakistaanse militairen wilden zich volgens Sameer Latwani indekken voor het geval dat Amerika zijn handen aftrekt van Islamabad. Ze vrezen ook de omsingeling door India dat eventueel zijn van oudsher goede relaties met Afghanistan zou kunnen opnemen, mocht de rust in dat land weerkeren.

Amerikaanse politicologen zoals Daniel Markey dringen er bij hun overheid op aan niet al te hard van leer te trekken tegen het militaire regime in Pakistan omdat dit contraproductief zou werken en de groeiende kloof tussen militairen en moslimfundamentalisten weer zou kunnen dichten. Tegelijkertijd moet de tere plant van de democratie verder worden besproeid met Westerse hulp van financiële en logistieke aard.

Maar de uitroeping van de noodtoestand zelf is koren op de molen van de islamfundamentalisten. Musharraf, de “duivel” in hun ogen omdat hij pacteert met de VSA, openbaart daarmee zijn machteloosheid. Hij strijdt nu aan twee fronten tegelijk, tegen de monddood gemaakte, maar nog weerbare oppositie, en tegen de dsjihadisten. In bepaalde streken van Pakistan, vooral aan de grens met Afghanistan, lijden zijn soldaten sowieso al zware verliezen in gevechten met islamitische militanten. Waziristan en Swat ontglippen de controle van het centrale gezag en worden uitvalsbasis van het moslimterrorisme. Als Pakistan uiteenvalt, profiteren niet de verschillende etnies daarvan, maar wel de strijders van de “heilige oorlog”.

Dirk Rochtus is docent internationale politiek aan de Lessius Hogeschool Antwerpen en de UA.

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.