Erger dan een cliché,
De Oost-Vlaamse gouverneur Herman Balthazar, historicus van opleiding, maakte zich onlangs boos op EU-commissaris Frits Bolkestein. Die zei tijdens een voordracht dat de Zuidelijke Nederland na de val van Antwerpen in 1585 in armoede vervielen en pas in de 20ste eeuw uit het dal kropen. Dat is erger dan een cliché, dat is ‘gewoon vals,’ aldus de gepikeerde Balthazar.
‘De weelde van onze barokkerken bewijst dat wij bijzonder rijk zijn gebleven. De verarming van Vlaanderen kwam er pas met de crisis van de jaren 1840’, stelt Balthazar (Knack, 8 oktober). Hij heeft volstrekt gelijk, op tien jaar na. De verarming begon in september 1830, met de onafhankelijkheid van België. De verpaupering van de Vlaamse economie is een gevolg van het verlies van de Nederlandse koloniale handel. Tot 1830 waren de Zuidelijke Nederlanden de meest ontwikkelde regio van Europa na Engeland. In 1829 werd in Gent liefst 7,5 miljoen kilo katoen verwerkt. Twee jaar later was dit cijfer met 73 procent teruggevallen tot 2 miljoen kilo, terwijl de meeste arbeiders werkloos geworden waren en de anderen nog amper 30 procent van het loon verdienden van 1829. De haventrafiek in Antwerpen viel terug van 1.028 schepen in 1829 tot 398 schepen in 1831, waardoor vele arbeiders tot de bedelstaf werden veroordeeld.
Passieve genocide
Na de Belgische onafhankelijkheid verpauperde Vlaanderen op nauwelijks drie decennia van de rijkste regio van geheel continentaal Europa tot een van de armste. De economische crisis van de jaren 1840 was een Europees fenomeen, maar liet zich nergens zo dramatisch voelen als in Vlaanderen en Ierland, niet toevallig twee gebieden waarvoor hun respectievelijke regeringen, de Belgische en de Britse, niets deden. In België ging de aandacht uitsluitend naar Wallonië. Dat gebeurde zo exclusief dat het resultaat in Vlaanderen weinig verschilt van dit van een genocide.
In Ierland hebben de Engelsen de Ieren niet actief uitgeroeid, maar ze deden dit wel passief door met opzet niets te doen om een hongersnood tegen te gaan die honderdduizenden het leven kostte en honderdduizenden tot emigratie dreef. Bij ons gebeurde hetzelfde. De Ieren zijn zich nog steeds van dit onrecht bewust; wij weten het niet meer omdat het onderwijs bij ons in handen is van een negationistisch Belgisch regime.
Toch spreken de cijfers voor zich. In 1830 maakten de Nederlandstaligen zestig procent van de Belgische bevolking uit. Wij vinden dit nu een normaal cijfer omdat dit ook vandaag zo is. Wist u echter dat dit cijfer in 1880 teruggevallen was tot 53 procent en dat het pas in de tweede helft van de 20ste omwille van de hogere Vlaamse geboortecijfers terug naar zestig procent steeg?
Aderlating
In 1860 was Vlaanderen er even erg aan toe als Ierland. Velen emigreerden, naar Wallonië, Noord-Frankrijk of Noord-Amerika. Tussen 1850 en 1950 verlieten één miljoen Vlamingen hun vaderland. Dat was een enorme aderlating voor een volk dat gedurende deze hele periode slechts vijf tot zes miljoen leden telde.
En toch moest Vlaanderen het overgrote deel van de Belgische belastingen blijven opbrengen. Zelfs na 1845 toen hongersnood het Vlaamse platteland teisterde en de Vlaamse textielarbeider slechts 635,5 frank per jaar verdiende tegenover 1.367 frank voor een Waalse mijnwerker. Dat kwam omdat België verouderde belastingen hief op een zinloze basis, zoals de oppervlakte van ramen en deuren. Hoewel Wallonië tussen 1832 en 1912 de economische motor van het land was, bracht het in die periode slechts 30 procent van de belastinginkomsten voort, maar het ontving wel 55 procent van de overheidsinvesteringen.
In 1914 hadden de provincies Luxemburg (230 000 inwoners) en Namen (350 000 inwoners) elk 1200 kilometer geplaveide steenwegen, tegenover slechts 600 kilometer voor de provincie Antwerpen (950 000 inwoners). De provincie Antwerpen telde één lagere rijksschool voor elke 197 kinderen, Namen één voor elke 53 kinderen, Henegouwen één voor elke 87 kinderen. Secundair en hoger onderwijs in het Nederlands bestond niet.
Excuses
Soms worden naast de Ieren ook de Polen met de Vlamingen vergeleken. Men spreekt dan van de drie verdrukte, statenloze katholieke volkeren uit de 19de eeuw. De Vlamingen waren er erger aan toe dan de Polen.
Onlangs leerde ik dat Carl Menger (1840-1921), de grondlegger van de zogenaamde Oostenrijkse economische school - die net als zijn leerling Ludwig von Mises (1881-1973) uit het Zuid-Poolse Galicië (toen een Oostenrijkse provincie) afkomstig was - in de jaren 1860 aan de universiteit van Krakow studeerde: in het Pools! Hij schreef zijn doctoraatsverhandeling in die taal. Zoiets was bij ons onmogelijk tot 1930.
Hoe meer men over het verleden leert, hoe meer men zich verbaast over de omvang van het onrecht ons aangedaan en over het feit dat België zich hiervoor nooit heeft geëxcuseerd en ons rond Brussel nog steeds blijft behandelen op een manier die zelfs een eeuw geleden onder de Oostenrijkers in Midden-Europa niet voorkwam.
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.