Een meerderheid van een meerderheid is een minderheid.
De verkiezingen zijn voorbij. Het feest van de democratie is achter de rug en de democratie kan dus weer in grote mate voor enkele jaren weggeborgen worden. Er zijn talloze mechanismen waarmee ervoor gezorgd wordt dat de bevolking geen daadwerkelijke inspraak krijgt in het beleid van haar overheid. In dit kort bestek kan ik slechts op enkele daarvan wijzen.
In het bedrijfsleven is het een bekend fenomeen dat men via een cascadesysteem van "participaties" (in het kapitaal van vennootschappen) uiteindelijk met heel weinig kapitaal heel veel kan controleren. Het volstaat de meerderheid te hebben in een vennootschap, die de meerderheid heeft in een andere, die de meerderheid heeft in weer een andere … Te weinig wordt benadrukt dat dit stelsel echter ook in de politiek schering en inslag is. Onze zogenaamd parlementaire democratie is een stelsel waarin de meerderheid van de meerderheid van de meerderheid het voor het zeggen heeft, dus eigenlijk een, soms vrij kleine, minderheid.
Cordon sanitaire
Het cordon sanitaire versterkt dat mechanisme zonder enige twijfel: door een grote partij op voorhand uit te sluiten bij de meningsvorming in de democratie, hoeft men maar een meerderheid te hebben binnen het niet uitgesloten deel van de bevolking of hun vertegenwoordigers, om te kunnen beslissen. Op die wijze krijgt de gemiddeld centrumrechtse meerderheid in Vlaanderen bijna altijd gemiddeld centrumlinkse regeringen. Maar ook zonder dit specifieke uitsluitingmechanisme van de jongste jaren blijft het probleem bestaan. Het kwaad zit veel dieper. Het kwaad zit namelijk in het feit dat er een meerderheid en een oppositie is en dat die meerderheid uit een coalitie bestaat. Het is door de combinatie van die twee feiten dat in ons land het parlement buiten spel wordt gezet, en alle belangrijke beslissingen genomen worden door een meerderheid binnen de meerderheid, die vaak een minderheid is.
Staatsrechtelijk ken ik drie modellen die daaraan geheel of gedeeltelijk ontsnappen. Het eerste is het Britse, met een kiesstelsel dat niet evenredig is, maar een "meerderheidsstelsel", wat wil zeggen dat er één afgevaardigde is per district en dat diegene met het meeste stemmen in dat district verkozen is. In zo'n stelsel haalt bijna altijd één partij een volstrekte meerderheid. Weliswaar blijf je zitten met een stelsel waarin een meerderheid binnen de meerderheid uiteindelijk bijna alles kan beslissen (de meerderheid binnen de meerderheidspartij), maar minstens heeft de kiezer de mogelijkheid om een duidelijke keuze uit te brengen tussen de vorige meerderheid en de vorige oppositie.
Het tweede model is het Amerikaanse. De president stelt een regering samen die in beginsel géén vertrouwen nodig heeft van de volksvertegenwoordiging. Omgekeerd is de wetgeving een zaak van de volksvertegenwoordiging alleen, en moet de president voor elk voorstel van wet een meerderheid vinden in het parlement, dat een veel grotere onafhankelijkheid heeft. De samenstelling van de uitvoerende macht is gelegitimeerd doordat het hoofd ervan (de president, maar als men absoluut nog een ceremoniële koning wil hebben kan dat ook de minister-president zijn) rechtstreeks wordt verkozen. Hoewel de regering niet verantwoordelijk is ten aanzien van het parlement,heeft het parlement veel meer zeggenschap.
Afspiegelingscollege
Het derde model is het Zwitserse. De - zeer kleine- regering wordt proportioneel samengesteld uit alle - voldoende grote - partijen in het parlement. Om beurt is elk lid ervan eens president - en dus ook staatshoofd. Een "afspiegelingscollege" dus (overigens mét de zogenaamd rechts-populistische Schweizerische Volkspartei). Het volstaat voor een beslissing dus niet een meerderheid binnen een meerderheid te hebben (zoals in ons systeem zowel als het Britse); men moet een échte meerderheid hebben in het parlement. Dat de kiezers daarbij ook daadwerkelijke keuzes kunnen maken, wordtgegarandeerd door de ruime mogelijkheden om een beslissend referendum af te dwingen – zelfs over de inhoud van de Grondwet!
Vergeleken daarmee is de daadwerkelijke invloed van de meerderheid in ons land zeer miniem. Wordt het niet de tijd om te denken over een drastische hervorming die een einde maakt aan het fenomeen van de ”meerderheidscoalitieregering”?
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.