Voorpagina Wat is Doorbraak? Doorbraak artikelen Kort actueel Tussendoor e-zine Dossiers Abonneren Gratis 3 maanden Colofon Contact

Zoeken:

Centen voor Wallonië: duidelijkheid graag

23-04-2003 / Jan Van de Casteele

De Waalse minister van Economie, Serge Kubla (MR), zei in het RTBF-programma “Mise au Point” dat hij een klacht zou indienen tegen de N-VA, omdat die partij in een brochure uitpakt met de slogan ‘Elke dag betalen voor Wallonië. Het kan anders. Daarom moet de N-VA in ’t parlement’. Federaal minister van Arbeid, Laurette Onkelinx (PS) sloot zich aan bij de klacht die zou worden ingediend op basis van de nieuwe anti-discriminatiewet.

De N-VA verspreidt in haar verkiezingsbrochure cijfers over de fameuze transfers naar Wallonië. Jaarlijks betalen de Vlamingen tien miljard euro (400 miljard oude franken) aan Wallonië zonder dat de Walen er beter van worden. Dit gegeven wordt een van de hoofdthema’s van de N-VA-campagne.

Volgens Kubla passen de uitspraken van N-VA niet in een democratisch debat. Bourgeois moest nu – scherper dan vroeger al gebeurd was – ervaren dat Vlaams-radicalisme wordt gelijkgesteld met racisme.

Ook voor de Waalse pers gaat Bourgeois te ver. L’Echo bij voorbeeld geeft de transfers toe, maar trekt het gekende Waalse argument ter verdediging: vijftig jaar geleden stroomde Waals geld naar Vlaanderen. (1 april)

Dat er voor 1960 aanzienlijke transfers waren van Wallonië naar Vlaanderen is vooral een kwakkel, want er was toen nauwelijks sprake van sociale zekerheid en er werd bijzonder weinig herverdeeld. Overigens gingen de Vlaamse mensen in Wallonië meewerken in mijnen en industrie. Dergelijke tegenbeweging zien we nu niet.

Het was vooral professor Jules Hannes die deze Waalse stelling ontkrachtte. Tussen 1830 en 1914 betaalde Vlaanderen meer directe en indirecte belastingen en meer erfenisrechten dan Wallonië, meer welvaartsbelasting en meer bedrijfslasten dan het industriële Wallonië. De winsten van Waalse bedrijven werden vooral in Brussel geteld. Van de overheidsinvesteringen (spoor, havens, wegen, kanalen) ging toen 37% naar Vlaanderen. Van geschenken dus geen sprake.

En ander nogal zwak argument tegen kritiek op de transfers is de verwijzing naar het feit dat een herverdeling toch ook tussen provincies zou gebeuren. In Knack schreef Marc Reynebeau een venijnig stukje tegen Geert Bourgeois. Waarop de N-VA-voorzitter prompt reageerde (2 april). ‘Reynebeau kan niet begrijpen dat de Waalse economie totaal verschilt van de Vlaamse. Hij negeert straal een aantal objectieve gegevens. Ik geef slechts één element: in Wallonië werkt ongeveer 40 procent van de beroepsbevolking voor de overheid, in Vlaanderen 25 procent.’

Voor Bourgeois, maar ook voor veel anderen, maakt Reynebeau een denkfout, omdat de cijfers van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (NIR spreekt van 2,3 miljard euro) maar een deeltje vormen van het hele transferverhaal. Naast de “directe” transfers (sociale uitkeringen) aan de burgers, betaalt Vlaanderen ook via de gezondheidszorg, via het budget van gewesten en gemeenschappen, via de hele federale begroting. Een vergelijking tussen regio’s is zinvol, want die hebben eigen bevoegdheden, en een eigen beleid. Provincies, laat staan arrondissementen hebben die natuurlijk niet.

Conclusie

Paul Geudens wijst er in Gazet van Antwerpen op dat de honderden miljarden die de jongste decennia van Vlaanderen naar Wallonië zijn gevloeid, blijkbaar slecht zijn besteed. ‘Van een economische inhaalbeweging is geen sprake. Erger, we moeten er elk jaar méér insteken. Op dit ogenblik verdwijnt 10 procent van ieder Vlaams inkomen naar Wallonië. Wallonië moet leren op eigen economische en sociale benen te staan. Een maatregel die geschikt is voor Vlaanderen, is in vele gevallen wellicht ondoelmatig voor het economisch, sociaal en cultureel zo verschillend Wallonië. (GVA, 5 maart). Dan kan niet blijven duren, zegt ook Eric Donckier (BVL, 5 maart), omdat de Vlaamse economie via belastingen op arbeid wordt wegbelast om de solidariteit met Wallonië blijvend te kunnen betalen. Steeds meer belastingen om steeds meer mensen aan een uitkering te helpen. Daarom pleit ook hij voor een regionalisering van loon- en werkgelegenheidsbeleid.

Franstalige kranten blijven ervan overtuigd dat het fameuze Toekomstcontract Wallonië uit het moeras kan trekken. De werkloosheid stijgt trager dan in Vlaanderen, sust La Libre Belgique (6 maart), zonder erbij te vertellen dat ze nog altijd dubbel zo groot blijft als de Vlaamse. Een regionalisering van de sociale zekerheid blijft onbespreekbaar, aldus de Waalse minister van tewerkstelling Marie Arena. Le Soir stelt zelfs onomwonden dat de verschillen in de gezondheidszorg te rechtvaardigen zijn (justifiés et non abusifs) en pleit voor een Waals veto tegen bijsturingen.

Tot nader order blijven de cijfers van de KBC-economen (1999) overeind. Alleen een forse en duurzame ommekeer in de tewerkstelling de geldstromen beperken. Sinds 1970 steeg de werkende beroepsbevolking in Vlaanderen met 294 000 eenheden, aldus de KBC-studie. In Brussel en Wallonië daalde ze respectievelijk met 17 000 en 70 000 eenheden.

Johan Sauwens gebruikte de NIR-cijfers om aan te tonen dat de Waalse economie (1995-2001) nog altijd trager groeit (+11.8%) dan de Vlaamse (16.1%). De inhaalbeweging waar Wallonië op hoopt, is er dus nog altijd niet. Sauwens benadrukte dat Vlaanderen in 2000 4,5 miljard euro meer in de sociale zekerheid stopte dan het er geld uithaalde. ‘De transfers verzachten de pijn, maar genezen de ziekte niet’, aldus Sauwens. De lonen zijn er te hoog en de productiviteit te laag. Daarom vroeg hij dat de deelstaten eigen werkgelegenheidsbeleid en loononderhandelingen zouden komen. Sauwens wil geen komaf maken met de solidariteit met Wallonië, maar die wel doorzichtiger maken.

Is Vlaanderen dan egoïstisch als het vraagt dat werk gemaakt wordt van een andere aanpak in Wallonië? Neen, maar het gaat wel over keuzes. In Wallonië kiest men duidelijk meer voor de staat als ondernemer, vooral op lagere regionale niveaus. De PS staat er ongenaakbaar sterk. Verouderde bedrijven en verlieslatende sectoren werden al te vaak kunstmatig overeind gehouden. Het overheidsapparaat, de ambtenarij, de gezondheidszorg, de controle op de werkloosheid, op al die en nog veel meer terreinen maakt Wallonië eigen keuzes. Het is hun goed recht. Maar dat de Vlamingen daarvoor tot in der eeuwigheid moeten meefinancieren is een ander verhaal.

Tewerkstelling bij overheid

Vlaanderen 25,1%

Wallonië 39,05%

De jaarlijkse geldstroom Vlaanderen-Wallonië

a) sociale zekerheid: 115-118 miljard frank b) federale belastingen: 27 miljard frank c) dotaties via de financieringswet: 42 miljard d) afbetaling intrestlasten staatsschuld: 143 miljard

Totaal: 330 miljard

Franken (miljard) Euro (miljard) Bron

Sociale zekerheid (1) 110 2,73 KBC, 1999 Federale belastingen (2) 50 1,24 KBC, 1999 Dotaties via financieringswet aan gemeenschappen en gewesten 38,9 + 0,960 KBC, 1999 Afbetaling intrestlasten staatsschuld 143 3,54 Leuvense professoren, 1985 Totaal 330

(1): Sociale Zekerheid. Inkomsten via bijdragen van werknemers, zelfstandigen en werkgevers. Geld gaat naar kinderbijslagen, werkloosheidsvergoedingen, ziekte en invaliditeit en pensioenen. Verklaring: Wallonië telt vooral minder actieven, meer mensen met uitkeringen. Vlaanderen betaalt met 58% van de bevolking 64,1% van de bijdragen.

(2) Federale inkomsten en uitgaven. Inkomsten via de directe belastingen (personen- en vennootschapsbelastingen). Geld gaat naar lonen, pensioenen en sociale lasten die overheid uitbetaalt. Vlaanderen betaalt met 58% van de bevolking 64,2%, maar recupereert slechts 58,4%.

(3) Financiering van Vlaanderen, Brussel en Wallonië (wet 1989) via overdracht uit personenbelasting (tot 2000, dan afgeschaft) en BTW. Geld gaat naar onderwijs.

Reacties

Reageer op dit artikel

Terug naar de artikelenlijst.